Stamboom familie Beekman
Jaap Beekman is achtste generatie Zwollenaar
Familie Beekman te Zwolle
Jaap Beekman wordt geboren op 21 december 1919 in de Hoekstraat nummer 14 te Zwolle. Hij is het dertiende en laatste kind van Jan Beekman (1875–1956) en Elisabeth Foeckert (1873–1950). Elisabeth, zelf geboren op een turfschip dat op het moment van haar geboorte in Rheden ligt, is 46 jaar oud wanneer ze Jaap ter wereld brengt. Vader Jan, een echte Zwollenaar, is ooit begonnen als schoenmaker, maar werkt inmiddels als wielendraaier bij de Staatsspoorwegen — een metaalbewerker die in het treindepot de wielen van treinen onderhoudt en ander metaalwerk verricht.
Jaap heeft acht oudere broers en vier oudere zussen. Zijn twee oudste broers, Lambertus Jan (1894–1962) en Hendrik (1897–1996), gaan samen met vader Jan aangifte doen van zijn geboorte. Omdat Lambertus Jan al 25 is en Hendrik 22, raakt de ambtenaar van de burgerlijke stand enigszins in de war: hij vermoedt dat een van de jonge mannen de vader is.
Die verwarring is begrijpelijk, want binnen een jaar na Jaaps geboorte krijgt Hendrik een dochter, Dini. Jaap is dus al oom voordat hij zijn eerste verjaardag viert. Ondanks het kleine leeftijdsverschil zal Dini hem haar hele leven “ome Jaap” blijven noemen.
Jan en Elisabeth trouwen op 24 september 1896. Jan is dan 21 jaar oud, Elisabeth 23. Haar ouders werken op een turfschip en zijn voortdurend onderweg. Elisabeth logeert daarom geregeld bij familie in Zwolle, pal naast de familie Beekman. Jan en Elisabeth worden verliefd en krijgen, als Jan 19 is en Elisabeth 21, hun eerste kind: Lambertus Jan. Hij wordt buitenechtelijk geboren, wat in die tijd niet gebruikelijk is, maar binnen het arbeidersmilieu ook niet uitzonderlijk. Vaak wordt gewacht met trouwen tot het stel financieel stabiel is. In het geval van Jan en Elisabeth trouwen ze pas wanneer Jan meerderjarig is en zijn militaire dienst heeft afgerond. De grens voor meerderjarigheid ligt destijds op 21 jaar. Na zijn diensttijd vindt Jan werk als schoenmaker en is er voldoende inkomen om te trouwen.
Even terug naar het oudste kind, Lambertus Jan. Hij wordt uiteindelijk Jan genoemd, wat soms tot verwarring leidt, zeker wanneer in 1908 nog een zoon Jan wordt geboren (1908–1978). Om onderscheid te maken wordt Lambertus Jan ook wel “Jan de politieagent” genoemd, vanwege zijn functie als brigadier. Vader Jan wordt “ouwe Jan” genoemd. De naam Jan zit diep verankerd in de familie: de grootvader van alle kinderen heet Lambertus Jan Beekman (1846–1883), en de overgrootvader draagt eveneens de naam Jan Beekman (1803–1880).
Na Jan de politieagent en Hendrik volgen drie zussen: Johanna (1898–1953), Baukje (1899–1990) en Lidia (1903–1979). Daarna komt een reeks zonen: Philippus Maurits (Maurits) (1904–1990), Ritske (1906–1990), de eerdergenoemde tweede Jan, Marten (1910–1978) en Klaas (1912–1999). Vervolgens worden de jongste dochter Elisabeth (1913–1969) en de één-na-jongste zoon Johannes Jurginus (Jopie) (1916–1999) geboren.
De Familie Beekman rond 1934. Jaap staat helemaal rechts. Als enige in plusfour. Jan en Elisabeth zitten midden voor.

Familie Stamboom
Zoals de naam Jan diep verankerd zit in de familie Beekman, zo ook de streken. Hier volgen een paar korte familieverhalen van de Beekmannen uit Zwolle.
Jan Beekman, de overgrootvader van Jaap, wordt geboren op 18 mei 1803 in Zwolle. Hij is timmerman en uitdrager van beroep — een uitdrager is een winkelier in tweedehands spullen, bedoeld voor mensen met weinig geld. Het is een winkel waar je liever niet gezien wordt. In augustus 1831 neemt Jan deel aan de zogenaamde Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen, als remplaçant: iemand die tegen betaling de dienstplicht van een ander vervult. Dienstplicht is in die tijd gebaseerd op loting, en wie ingeloot wordt kan een vervanger sturen. Wanneer Jan na een jaar terugkeert en op een avond zijn winkeltje in Zwolle binnenstapt, zien zijn kinderen in het schemerdonker een man met een woeste baard. Gillend van angst vluchten ze naar hun moeder in het achterhuis. Een flinke was- en scheerbeurt brengt de rust terug.
Diezelfde Jan heeft een diepe afkeer van zijn schoonmoeder, Yda Feenstra-Bisthorst. Gekleed in een zwarte jurk en jasje zit ze steevast vlak bij de open haard. Als weduwe woont ze bij Jan en zijn vrouw Lidia in. Op een dag klimt Jan op het dak van hun kleine huisje en doet zijn behoefte in de schoorsteen, zodat de spetters in het gezicht van zijn schoonmoeder belanden. Of er alcohol in het spel was, is niet bekend.
Een andere Jan Beekman — de vader van Jaap — wordt geboren op 16 maart 1875 in Zwolle. Hij maakt zijn basisschool aan de Goudsteeg nooit af. Op elfjarige leeftijd krijgt hij straf. Rond 1886 zijn de opvattingen over kinderdiscipline wat anders dan nu. Zijn straf bestaat uit in de hoek van de klas staan met een groot schoolbord in de hand: een zwart leien bord met een houten rand, dat hij met gestrekte armen boven zijn hoofd moet houden. Wanneer de leraar hem treiterend nadert, laat Jan het bord met volle kracht op diens hoofd neerkomen. De stukken lei vliegen door de klas; de houten lijst blijft als een ketting om de nek van de leraar hangen. Daarmee eindigt Jan’s schoolcarrière.
De oorsprong van de familie Beekman gaat vermoedelijk terug op de naam Beckmann. Immigranten uit het gebied dat nu Duitsland is, vestigen zich na de Tachtigjarige Oorlog in de Hanzestad Zwolle als protestantse vluchtelingen.
Stamboom familie Beekman. Jaap is minimaal de 8e generatie Beekman in Zwolle
