Het Englandspiel
Het Englandspiel: Het grootste debacle in de geschiedenis van de Nederlandse geheime diensten
Het Englandspiel, ook bekend als Operatie Nordpol, was een beruchte Duitse contraspionageoperatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, die plaatsvond tussen 1942 en 1944. De Duitsers kozen de naam “Englandspiel” om hun manipulatie van de Britse en Nederlandse inlichtingendiensten te presenteren als een soort “spel” met Engeland. In werkelijkheid was het een tragedie: tientallen levens gingen verloren en het Nederlandse verzet werd ernstig verzwakt.
In het kort
Na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 probeerde de Nederlandse regering in ballingschap in Londen contact te leggen met verzetsgroepen in bezet gebied. Hiervoor werden geheimagenten gerekruteerd en opgeleid door de Britse Special Operations Executive (SOE) en de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst (CID). Deze agenten werden per parachute boven Nederland gedropt, met als doel sabotage te plegen en via radioberichten informatie door te geven. Zie elders op deze website het Stegerveld, waar wordt beschreven hoe de eerste twee geheimagenten, Taconis en Lauwers, in Nederland arriveerden.
Wat de geallieerden niet wisten, was dat de Duitse contraspionagedienst Abwehr al snel meerdere van deze agenten wist te arresteren. In plaats van hun zenders uit te schakelen, gebruikten de Duitsers ze om gecodeerde berichten naar Engeland te sturen. Omdat de SOE de zogeheten “security checks” in de berichten negeerde — een cruciale controle om te bevestigen dat een agent niet was gevangengenomen — bleef men geloven dat de communicatie betrouwbaar was.
Hierdoor konden de Duitsers jarenlang valse informatie verspreiden en nieuwe agenten lokken, die bij aankomst vrijwel direct werden gearresteerd. In totaal werden 59 Nederlandse agenten gevangen genomen; 55 van hen kwamen uiteindelijk om in concentratiekampen. Bijna allemaal stierven ze tijdens een dagenlange marteling van 6 tot 8 september 1944 in vernietigingskamp Mauthausen.
Jaap Beekman ontsnapte ternauwernood aan het Englandspiel. Hij had zijn opleiding afgerond en stond op het punt om als geheimagent naar Nederland te worden gestuurd — zoals we nu weten, recht in de handen van de Duitsers. Op het laatste moment kreeg hij het verzoek om aanvullend een marconistenopleiding te volgen. Hij baalde: het betekende opnieuw uitstel voordat hij naar Nederland mocht. Maar juist dat uitstel zou uiteindelijk zijn leven redden.
Voor zijn vrienden Oscar de Brey en Tony Mink liep het anders af. Eind april 1943 drinkt Jaap met hen nog een laatste glas bier in Londen, vlak voordat zij naar Nederland zullen vertrekken. Ze hebben hun opleiding net afgerond. Het zijn de vrienden met wie hij de halve wereld heeft doorkruist om hier te komen. Hoewel hij hen nog geen twaalf maanden kent, zijn ze hem inmiddels dierbaarder dan de meeste jongens uit Zwolle — op zijn broers na.
Met Tony trok Jaap in het Franse Le Soler langs lokale kroegen, tijdens hun vlucht uit Europa. Oscar kent hij sinds de boottocht met de Cabo de Hornos, van Spanje naar Curaçao. Deze twee mede-Engelandvaarders begonnen ongeveer tegelijk met Jaap aan hun opleiding bij de SOE. Het lot wil dat zij, na hun parachutering bij Alkmaar, direct worden gearresteerd. Ze zijn de laatste slachtoffers van het Englandspiel.
Ontstaan
Direct na de Duitse invasie van Nederland in mei 1940 staan de Engelsen voor een groot probleem. Noch de Britse, noch de Nederlandse regering in ballingschap beschikt over een informatieverzamelorganisatie — laat staan een radioverbinding — met bezet Nederland. Het land is een zwart gat, waaruit slechts mondjesmaat informatie doordringt.
In de eerste oorlogsjaren doen het Britse MI6 en de SOE N-section, in samenwerking met de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst (CID) onder leiding van generaal Van ’t Sant, diverse pogingen om een agentennetwerk in Nederland op te zetten. Van ’t Sant is dezelfde man die Jaap Beekman begin 1943 ontmoet als particulier secretaris van koningin Wilhelmina. Een belangrijk initiatief is ‘Contact Holland’, opgezet door Eric Hazelhof Roelfsema, Chris Krediet en Peter Tazelaar. Maar de pogingen om in 1941 en 1942 per boot agenten van en naar Nederland te brengen mislukken volledig. De enkeling die wél actief wordt in Nederland, wordt kort na aankomst gearresteerd en vaak snel daarna geëxecuteerd. Slechts een paar weten na korte operaties terug te vluchten naar Engeland, onder wie Tazelaar.
Het verzet is in deze fase nog nauwelijks georganiseerd. De eerste agenten stuiten op wantrouwen en tegenwerking van de mensen die ze proberen te benaderen. De bezetting is dan nog relatief mild en veel Nederlanders hopen dat, zolang ze hun hoofd niet boven het maaiveld uitsteken, de bezetting vanzelf zal overwaaien.
De slechte resultaten worden Van ’t Sant en de leiding van de SOE N-section en MI6 Dutch section uiteindelijk noodlottig: ze worden vervangen. Van ’t Sant behoudt wel zijn invloedrijke positie als adviseur van de koningin. Hun opvolgers zijn vastbesloten om wél succes te boeken.
Feit blijft dat er in deze eerste jaren geen enkel betrouwbaar, langdurig contact met Nederland tot stand komt. Alles wat is opgebouwd, moet uiteindelijk als waardeloos worden beschouwd. De behoefte aan betrouwbare informatie uit bezet gebied blijft urgent. Men is grotendeels afhankelijk van sterk vertraagde berichten van Engelandvaarders en enkele poststukken die via Zweden of Zwitserland Engeland weten te bereiken.
Aan Nederlandse zijde neemt kolonel De Bruyne de leiding over van zowel de CID als het MVT (Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer). De CID fungeert als tegenhanger van de MI6 Dutch section, inmiddels onder leiding van majoor Charles Seymour. Het MVT is de Nederlandse equivalent van de Britse SOE N-section, geleid door majoor Blizzard. Waar MI6 en CID zich richten op het verzamelen van inlichtingen, houden SOE en MVT zich bezig met sabotage.
Vooral de SOE N-section wil snel agenten per parachute naar Nederland sturen om daar een spionagenetwerk op te bouwen. De samenwerking met de Nederlanders verloopt echter stroef. De Bruyne wordt op afstand gehouden: hij mag wel kandidaten aandragen, maar verder wil men hem het liefst overal buiten houden. De Engelsen hebben de regie over de Nederlandse agenten. De SOE bepaalt wie wanneer wordt gedropt, wat de opdracht is, onderhoudt het zendverkeer, stelt de berichten op en verzorgt de wapendroppings. Het enige wat De Bruyne af en toe ontvangt zijn de gedecodeerde berichten uit Nederland.
Aan Duitse zijde zijn er twee organisaties die actief jacht maken op geheimagenten in Nederland. Vanuit de SS opereert Kriminaldirektor en SS-Sturmbannführer Joseph Schreierder, hoofd van de contraspionageafdeling van de Sicherheitsdienst (SD Amt IV E). Geboren in 1904 is hij een typische politiefunctionaris, weinig militair ingesteld: een klein, kalend mannetje met uitpuilende ogen en een drankneus.
Zijn tegenhanger vanuit het Duitse leger is majoor Hermann Giskes, hoofd van de Abwehr-afdeling III F in Nederland. Ook hij is verantwoordelijk voor contraspionage. Giskes vocht als luitenant in het Alpenkorps tijdens de Eerste Wereldoorlog en werkte tussen 1924 en 1933 als tabaksvertegenwoordiger. Hij oogt als een doorsnee Duitser van eind veertig: wat gezet, kalend, maar intelligent en — opvallend voor iemand met een militaire achtergrond — gezegend met een goed gevoel voor humor.
Giskes en Schreierder worden bijgestaan door de Funkbeobachtungsstelle van de Ordnungspolizei, onder leiding van luitenant Heinrich. Deze dienst is belast met het opsporen van geallieerde geheime zenders in bezet Nederland
Abwehr Major Hermann Giskes (links) en Kriminal Direktor SS Sturmbann Führer Joseph Schreierder (rechts)
Feitelijk bekleden Giskes en Schreierder dezelfde functie: beiden zijn verantwoordelijk voor contraspionage in Nederland, de één vanuit het reguliere Duitse leger (Abwehr), de ander vanuit de SS (Sicherheitsdienst). In nazi-Duitsland is het niet ongebruikelijk dat concurrerende diensten naast elkaar opereren. Helaas werken deze twee in dit geval opvallend goed samen. Aanvankelijk kijkt de militair Giskes neer op SS’er Schreierder, maar in de praktijk blijken ze uitstekend te kunnen samenwerken. Giskes richt zich vooral op het ontcijferen van codeberichten en het ondervragen van gevangen agenten; Schreierder levert de mankracht voor de arrestaties.
Begin 1942 gaat het mis voor de geallieerden. Van de agenten die in de eerste twee oorlogsjaren naar Nederland zijn gestuurd, is nog maar een enkeling actief. Velen zijn gearresteerd, gemarteld en vermoord; enkelen zijn teruggekeerd naar Engeland. Door het uitpeilen van een zendsignaal ontdekt Giskes de locatie van Huub Lauwers, een van de laatste nog actieve agenten. Tegelijkertijd krijgt hij bericht van een van zijn top-V-mannen — De Nederlandse verrader Matthijs Ridderhof die voor de Duitsers infiltreerde bij het verzet — dat verzetsgroepen hem hebben gevraagd een vrachtwagen te regelen voor een geplande wapendropping. Ridderhof is een zwarthandelaar en smokkelaar van onder meer diamanten en opium en heeft ontdekt dat samenwerking met de Duitsers hem flink wat guldens kan opleveren.
Wanneer Giskes het rapport leest waarin Ridderhof beweert betrokken te zijn bij een wapendropping, noteert hij in de kantlijn: “Gehen Sie zum Nordpol mit dieser Geschichten!” — vrij vertaald: “Loop naar de maan met je verhaaltjes.” Hij vertrouwt Ridderhof niet en vermoedt dat hij fantasieverhalen verkoopt om geld los te krijgen. Maar warempel: er blijkt daadwerkelijk een wapendropping te zijn. Giskes ziet nu de mogelijkheid om een “spel” met de Engelsen te beginnen. Binnen de Abwehr krijgt de operatie de naam Fall Nordpol; binnen de SS wordt het Englandspiel genoemd.
Op 6 maart 1942 wordt Huub Lauwers door de SD van Schreierder gearresteerd, samen met zijn zender en een archief vol gecodeerde berichten. De Duitsers bluffen dat ze zijn code hebben gekraakt. Lauwers trapt erin en geeft vrijwillig zijn, op een gedicht gebaseerde, code. Giskes vraagt hem de drie berichten die hij op het punt stond te verzenden alsnog te versturen. Lauwers stemt op 12 maart toe, met de bedoeling zijn security check achterwege te laten — een afgesproken fout bij elke 16e letter — zodat de Engelsen kunnen zien dat hij is gepakt.
Ondertussen is ook geheimagent Thijs Taconis gearresteerd, dankzij verraders in dienst van Schreierder. Taconis was de partneragent van Lauwers, die als marconist fungeerde. Beiden zijn begin november 1941 gedropt op het Stegerveld nabij Ommen — een locatie die later ook voor Jaap Beekmans operaties van groot belang zal zijn.
Giskes zet Lauwers onder druk om nieuwe berichten naar Engeland te sturen. Aanvankelijk weigert hij, maar wanneer gedreigd wordt met de executie van Taconis, zwicht hij. Lauwers beroept zich op de instructies die hij in Engeland heeft gekregen: hij mag voor de Duitsers werken als dat zijn leven redt, mits hij zijn security check achterwege laat. Onderdeel van de deal met Giskes is dat de verzetsmensen die samen met hem en Taconis zijn gearresteerd, worden vrijgelaten of als krijgsgevangenen behandeld conform de Geneefse Conventie. Mocht zijn hulp leiden tot nieuwe gedropte agenten, dan geldt deze afspraak ook voor hen. Ze zullen niet voor het Kriegsgericht worden gebracht, wat vrijwel zeker de doodstraf zou betekenen.
Giskes krijgt van Rauter, de hoogste SS’er in Nederland, de bevestiging dat agenten die via het Englandspiel worden gepakt, niet ter dood veroordeeld zullen worden. Aanvankelijk houdt Giskes zich aan deze afspraak. Lauwers begint berichten te coderen en te verzenden voor de Duitsers. Tijdens het zenden luisteren meerdere Duitsers mee om te controleren dat hij geen signalen geeft aan Engeland. Lauwers gaat ervan uit dat de Engelsen niet zullen reageren, omdat zijn security check ontbreekt.
Tot zijn verbazing komt er toch een reactie uit Engeland. Sterker nog: de dropping van een nieuwe agent wordt aangekondigd. Gelukkig meldt Engeland in een volgend bericht dat de agent ziek is en dat er alleen wapens worden gedropt. Lauwers is opgelucht: Engeland lijkt het spel door te hebben. Er lijkt sprake van een triple cross — de Duitsers denken dat ze de Engelsen misleiden, maar de Engelsen weten dit en spelen terug.
Helaas krijgt Lauwers vanaf dat moment geen toegang meer tot de inkomende berichten. Hij mag alleen nog uitgaande berichten coderen en verzenden.
In de nacht van 27 op 28 maart wordt toch een nieuwe agent gedropt. Drie V-mannen, onder wie de dronken Ridderhof, staan hem op het landingsterrein op te wachten. Ze doen zich voor als verzetsmensen en ondervragen hem kort. Daarna wordt hij gearresteerd door verborgen Wehrmacht-soldaten en SS’ers. De agent is zo overrompeld dat hij denkt bewust in handen van de Duitsers te zijn gedropt. Hij vertelt direct alles: zijn missie, opleiding in Engeland, radio-code en security check.
De Engelsen lijken het ontbreken van de securitychecks structureel te negeren. Of deze controles wel of niet aanwezig zijn, kunnen de Nederlanders in Londen niet verifiëren. Zij krijgen slechts af en toe de gedecodeerde, opgeschoonde berichten te zien. De onbekendheid van kolonel De Bruyne met dit soort operaties maakt dat hij niet doorheeft dat de SOE fout op fout stapelt. Bovendien ontbreekt het hem aan een stevige samenwerkingsrelatie met de Engelsen om hierop in te grijpen.
Het negeren van de securitychecks is overigens niet uniek voor de N-section. Ook binnen het grotere F-section (Frankrijk) wordt hier in de eerste oorlogsjaren onvoldoende aandacht aan besteed. Door atmosferische storingen en de gebrekkige apparatuur zijn berichten vaak al moeilijk leesbaar. Structurele fouten door slechte ontvangst maskeren de afwezigheid van de opzettelijke fouten die als securitycheck moeten dienen. Bovendien is deze manier van werken nieuw. Niemand heeft ervaring met hoe agenten zich in het veld gedragen. Het zijn vaak burgers die, na slechts enkele maanden opleiding, op levensgevaarlijke missies worden gestuurd. De opleiding die Jaap Beekman krijgt is bijvoorbeeld veel langer en intensiever dan die van deze eerste agenten.
Coderen en decoderen is een tijdrovende en risicovolle bezigheid. Ontdekking ligt voortdurend op de loer. Het is dan ook begrijpelijk dat securitychecks soms worden vergeten of overgeslagen. Een andere reden waarom het ontbreken van deze checks niet wordt opgemerkt, is de lange keten waarlangs berichten uiteindelijk bij de opdrachtgevers terechtkomen. Eerst wordt een bericht ontvangen op een ontvangststation en met de hand genoteerd. Vervolgens gaat het naar MI6, waar het wordt gedecodeerd — een proces dat door de storingen veel creativiteit vergt. Daarna belandt het bij de SOE. De controle op de securitychecks zou tussen deze twee organisaties moeten plaatsvinden, maar gebeurt niet of wordt bewust genegeerd. Tegen de tijd dat het bericht de N-section bereikt, zijn de checks al uitgevoerd — of overgeslagen. De Nederlanders van het MVT krijgen aanvankelijk deze berichten helemaal niet te zien. Later, als ze wel toegang krijgen, ontvangen ze slechts de uitgeschreven Engelse of Nederlandse tekst, zonder de onderliggende code.
Een bijkomende factor is de rivaliteit tussen SOE en MI6. SOE is het kleine zusje, maar groeit snel en vormt een potentiële concurrent. Waar MI6 in stilte informatie wil verzamelen, brengt SOE juist onrust in bezet gebied met sabotageacties. Daarbij komt een interne afspraak: als een SOE-verbinding in Duitse handen blijkt te zijn, moet het beheer overgaan naar MI6. Iets wat SOE koste wat kost wil voorkomen. Deze dynamiek draagt bij aan het ontstaan en voortduren van het Englandspiel.
Ondertussen wordt Huub Lauwers steeds onrustiger. Hij merkt dat er, naar aanleiding van zijn berichten, meerdere agenten zijn gedropt die direct door de Duitsers worden opgepakt. Dit kan geen ‘triple cross’ meer zijn. In een poging Engeland te waarschuwen, verwerkt hij drie keer het woord CAUGHT tussen de willekeurig gemixte voorloopletters van zijn bericht. Maar het wordt niet opgemerkt — of genegeerd. Later weet hij zelfs WORKED BY…JERRY SINCE in zijn bericht te verstoppen. Ook dat blijft onopgemerkt.
Giskes en Schreierder vrezen dat andere verzetsgroepen doorhebben dat agenten in Duitse handen zijn, en dat deze informatie Engeland bereikt. Maar ze hebben geluk. Dankzij V-man Anton van der Waals, het direction finding-werk van de Funkbeobachtungsstelle en de informatie die ze via de Engelse zenders binnenkrijgen, weten ze alle nog opererende geheimagenten met zenders op te pakken. Giskes en Schreierder zijn nu de enige ‘verzetsgroep’ in Nederland met contact met Engeland — op een paar zeer beperkt opererende agenten van het Bureau Inlichtingen na.
Langzaam groeit het netwerk van de Duitsers. Steeds meer agenten met zenders en wapens worden gestuurd en vrijwel direct door de SS gearresteerd. Tussen maart 1942 en mei 1943 komen 56 agenten in Duitse handen. Er zijn op een gegeven moment zo’n 18 radioverbindingen met Engeland actief — met en zonder correcte securitycheck. Het worden er zó veel dat sommige nieuw gedropte agenten ‘overlijden bij aankomst’, een ‘kapotte radio’ hebben, of ‘door de Duitsers worden gepakt’, om het aantal actieve verbindingen beheersbaar te houden.
De materiële buit is enorm: 570 containers en 150 pakketten met daarin onder meer 15.200 kilo explosieven, 3.000 stenguns, 5.000 handwapens, 300 brenguns, 2.000 handgranaten, 300.000 patronen, 75 zenders met onderdelen, 450.000 gulden, 40 fietsen en talloze fietsbanden, drie ultra-geheime Eureka’s en drie S-phones, plus kleding, tabak, voedsel en meer.
Er zit ook gespecialiseerd materiaal bij voor gerichte sabotageacties: tubes met smeervet die tussen de lagers van treinassen worden gestopt zodat de trein tijdens het rijden in brand vliegt; magnetische kleefmijnen met timers voor onderwatergebruik aan scheepswanden; staafvormige bommen die in vliegtuigen worden geplaatst en op een bepaalde hoogte exploderen; glassplinters om in het wasgoed van Duitse soldaten te stoppen en handwapens met geluidsdempers voor gerichte aanslagen.
Eind mei 1942 bezoeken Himmler, Heydrich en Goebbels persoonlijk Scheierder om zich te laten informeren over het verloop van het Englandspiel. Heydrich poseert trots met een in beslag genomen stengun. Het wrange toeval wil dat hij twee weken later in Praag overlijdt — als gevolg van een aanslag door twee Tsjechoslowaakse SOE-agenten, met onder andere stenguns.
Een neerkomende geheimagent. Geheimagent Wouter Pleijsier zit achter zijn zender berichten aan het versturen. Twee SS-ers op de Veluwe bij een door de RAF gedropte container. Bron: Beeldbank WO2
Voor de SOE vormen de verbindingen met de agenten in het kader van het Englandspiel de enige communicatielijn met bezet Nederland. MI6 en het Nederlandse Bureau Inlichtingen (BI), de opvolger van de CID, hebben in de loop van 1943 wel enkele actieve zenders in Nederland, maar deze worden gelukkig strikt gescheiden gehouden van het SOE-netwerk.
Om het spel geloofwaardig te houden, moeten de Duitsers af en toe een sabotageactie faken of minder relevante informatie naar Engeland sturen. Aanslagen van verzetsgroepen of gewone ongelukken worden door Giskes richting Engeland ‘geclaimd’, en sabotageacties worden in scène gezet. Wanneer agenten worden verzocht om terug te keren naar Engeland om persoonlijk verslag uit te brengen, ‘verdrinkt’ de agent onderweg of ‘overlijdt’ hij bij een sabotageactie. In werkelijkheid verblijven deze agenten in de gevangenis in Scheveningen.
Met behulp van informatie uit de Engelse zenders en de inzet van V-mannen worden diverse verzetsorganisaties opgerold. Een sprekend voorbeeld is het oprollen van het Nationale Comité, waarbij 150 verzetsmensen worden gearresteerd.
De groep gevangen agenten groeit al snel uit het ‘Oranje Hotel’ in Scheveningen en wordt daarom overgebracht naar het Brabantse Haaren. In een omgebouwd sanatorium worden ze vastgehouden op de tweede verdieping. Het regime is voor oorlogsomstandigheden uitzonderlijk goed — bijna hotelachtig. Elke kamer heeft een bed met een echt matras, een tafel en een stoel. De ramen zijn grotendeels dichtgemetseld, maar de temperatuur is aangenaam en er is voldoende frisse lucht. De agenten worden strikt gescheiden gehouden, zelfs tijdens het dagelijkse halfuurtje luchten, maar weten via morsecode contact te leggen via de radiatorpijpen. Het eten is goed, de bewakers zijn redelijk, fysiek geweld wordt niet toegepast en ze krijgen zelfs sigaretten.
Via hun onderlinge berichten beginnen de agenten te vermoeden dat er sprake moet zijn van verraad. De Engelsen kunnen toch niet zó naïef zijn? Het vertrouwen in de Britse geheime dienst was bijna mythisch toen ze vertrokken. De opleidingen waren indrukwekkend, de begeleiders zelfverzekerd. De conclusie die ze trekken: majoor Bingham, die in 1943 de leiding van SOE N-section heeft overgenomen, moet een spion voor de Duitsers zijn. Bingham is een wat excentrieke figuur, en de isolatie in Haaren voedt deze samenzweringstheorie — al ontbreekt het aan concrete bewijzen.
Eind mei 1943 worden Oscar de Brey en Tony Mink — Jaaps vrienden — samen met Laurens Punt als laatste agenten aan de groep toegevoegd. Slechts enkele weken nadat ze met Jaap nog een biertje dronken, worden ze totaal overdonderd en geboeid naar Haaren gebracht.
Op 31 augustus 1943, Koninginnedag, weten de agenten Piet Dourlein en Ben Ubbink te ontsnappen uit Haaren. Tijdens een stormachtige nacht wrikken ze de tralies boven hun deur los en klimmen via een toiletraam naar buiten, met lakens aan elkaar geknoopt. Via het verzet sturen ze een bericht over de werkelijke situatie in Nederland per koerier naar Zwitserland. Na tweeënhalve maand onderduiken krijgen ze bericht uit Zwitserland: ze moeten zelf naar het neutrale Alpenland komen. Teleurstelling overheerst: tijdens hun training was hen verteld dat ze in geval van nood per vliegtuig zouden worden opgehaald. Nu moeten ze zichzelf redden.
Hun situatie in Nederland is levensgevaarlijk. De SD doet er alles aan om hen te vinden. Overal hangen aanplakbiljetten met hun foto’s, waarop ze worden afgeschilderd als levensgevaarlijke straatrovers. Toch lukt het hen om veilig Zwitserland te bereiken. Op 22 november 1943 melden ze zich bij zowel het Britse als het Nederlandse consulaat in Bern. Daar wijzen ze direct Bingham aan als mogelijke Nazi-spion.
Maar ze worden niet met open armen ontvangen. De Duitsers hebben via de radioverbindingen laten weten dat beide mannen zijn overgelopen naar de Gestapo. Omdat de Engelsen en Nederlanders nog steeds geloven dat hun verbindingen met bezet Nederland betrouwbaar zijn, denken ze dat ze twee spionnen van de Abwehr of SD tegenover zich hebben.
Na mei 1943 worden er geen nieuwe agenten meer naar Nederland gestuurd. Vooral de RAF begint argwaan te krijgen: opvallend veel vliegtuigen worden op de terugweg na het droppen van agenten neergeschoten. In de afgelopen maanden zijn twaalf bommenwerpers verloren gegaan — vijf keer zoveel als bij operaties in andere landen.
Ook de Britse analist Leo Marks begint vermoedens te krijgen. De berichten uit Nederland bevatten opvallend weinig coderingsfouten, terwijl die bij andere landensecties juist regelmatig voorkomen. Fouten zijn normaal: agenten werken onder hoge druk en moeten in korte tijd berichten coderen. Maar bij N-section zijn de berichten steevast perfect. Marks slaat alarm, maar wordt grotendeels genegeerd. Zijn observatie alleen is niet voldoende om het hele Nederlandse netwerk af te schrijven.
Om zijn vermoeden te testen stuurt Marks opzettelijk een verkeerd gecodeerd bericht. Een echte agent zou terugseinen dat hij het bericht niet begrijpt. Maar er komt geen reactie — de ontvanger laat weten het bericht te hebben ontvangen én begrepen. De enige logische conclusie: de zender is in Duitse handen en heeft met zijn vele analisten het bericht weten te ontcijferen.
Eind mei 1943 besluit men geen nieuwe agenten meer te sturen. De situatie wordt aangekeken, maar de wapendroppings gaan nog wel door.
Na ontvangst van de berichten van Dourlein en Ubbink uit Zwitserland worden de enkele MI6/BI-agenten die nog in Nederland opereren direct geïnformeerd dat ze absoluut geen contact mogen hebben met SOE/MVT-agenten. Bij de arrestatie van BI-agent Garrelt van Borssum Buisman — een oude bekende van Jaap van de Cabo de Hornos — vindt de SD in maart 1944 dit bericht. Daarmee krijgen de Duitsers definitieve bevestiging dat hun ‘Spiel’ voorbij is.
Op 1 februari 1944 arriveren Dourlein en Ubbink via Spanje in Engeland. Ze worden direct onder huisarrest geplaatst in een Holding House — een ontvangst die haaks staat op hun verwachtingen. Dagenlang worden ze intensief ondervraagd. De Britten vrezen dat ze twee Duitse contraspionnen in handen hebben. Ondertussen wordt Bingham als hoofd van N-section uit zijn functie ontheven en vervangen door majoor Dobson. Dobson is ronduit vijandig en beschuldigt de twee van spionage voor de Duitsers. De ondervragingen duren zes weken.
Kolonel De Bruyne probeert hen te rehabiliteren en schakelt zelfs prins Bernhard in, maar moet uiteindelijk zelf het veld ruimen als hoofd van het MVT. Zonder proces worden Dourlein en Ubbink opgesloten in Brixton Prison — een van de zwaarste gevangenissen van Engeland. Vergeleken met hun verblijf in Haaren, dat bijna als een hotel aanvoelde, is Brixton een nachtmerrie.
Veertig dagen na D-Day, in juni 1944, worden ze eindelijk vrijgelaten. Ze krijgen een summier excuus en worden teruggeplaatst in het reguliere leger — met een demotie naar korporaal. Tijdens hun werk in bezet gebied waren ze tijdelijk bevorderd tot sergeant en luitenant, maar die rangen worden nu direct ingetrokken. Terwijl anderen om hen heen promotie krijgen, dalen zij in rang en inkomen.
Ubbink besluit als vrijwilliger bij de koopvaardij te gaan werken. Dourlein blijft als korporaal bij de marine. De schandalige behandeling die ze hebben ondergaan wordt na de oorlog enigszins gecompenseerd: Dourlein ontvangt de Militaire Willems-Orde, Ubbink de Bronzen Leeuw. Toch blijven beide mannen hun leven lang verbitterd over wat hen is aangedaan.
Na de vondst van de waarschuwing over het SOE-netwerk bij Van Borssum Buisman beseffen Giskes en Schreierder dat het ‘Spiel’ ten einde is. Als laatste boodschap stuurt Giskes op 1 april 1944 — niet toevallig — via de tien nog opererende zenders het volgende bericht:
Aan de heren Blunt (Blizzard), Bingham (zijn voorganger als leider van SOE N-section) en Co te Londen. We begrijpen dat u al een tijdje een poging doet om zaken te doen in Nederland zonder onze hulp. Dat is jammer om te horen, aangezien wij al zo lang jullie enige vertegenwoordiger waren in dit land, naar ons beider tevredenheid. Hoe dan ook, we kunnen u verzekeren: mocht u het continent komen bezoeken, dan zullen wij uw gezanten dezelfde gastvrije ontvangst geven als wij gedaan hebben aan uw agenten. Tot dan.
Na een tweede ontsnappingspoging eind 1943 worden de agenten uit Haaren overgebracht naar een gevangenis in Assen. Kort daarna worden ze doorgestuurd naar verschillende concentratiekampen. Als spionnen krijgen ze de kwalificatie Nacht und Nebel Häftlinge — gevangenen die officieel niet bestaan. Ze mogen geen post ontvangen of versturen en hun overlijden wordt niet geregistreerd. Het doel van deze classificatie is duidelijk: deze mensen moeten zo snel mogelijk verdwijnen.
Zo verdwijnen veertien agenten in de anonimiteit van de kampen. Op 6 en 7 september 1944 worden de resterende veertig agenten — waaronder Oscar de Brey en Tony Mink — op gruwelijke wijze vermoord in het Oostenrijkse vernietigingskamp Mauthausen. Twee dagen lang moeten ze in de steengroeve van Mauthausen loodzware stenen de groeve uit dragen. De sadistische bewakers mishandelen en pesten de Nederlandse agenten totdat ze dood neervallen. De overlevenden van deze dagenlange martelgang worden van grote hoogte naar beneden geduwd of doodgeschoten/geslagen.
Slechts drie agenten overleven hun gevangenschap: onder hen Huub Lauwers en vrouwelijke agente Trix Terwindt. Als levende skeletten keren ze na de oorlog terug. Lichamelijk en geestelijk getraumatiseerd proberen ze hun leven weer op te pakken, maar hun offer wordt lange tijd vergeten. Pas in de jaren ’70 en ’80 komt er erkenning, ook voor Ubbink en Dourlein, die eerder waren gemarginaliseerd.
Oscar de Brey Engelandvaarder en geheim agent 1918-1944 Tony Mink Engelandvaarder en geheim agent 1918-1944
Het Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer (MVT) wordt opgeheven. Kolonel De Bruyne en kapitein der mariniers Lieftinck, de nummer twee die Jaap Beekman rekruteerde, worden buitenspel gezet. In hun plaats wordt een nieuwe organisatie opgericht: het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO), onder leiding van generaal-majoor J.W. van Oorschot. Uiteindelijk zal Jan Somer — reisgenoot van Jaap Beekman op de Cabo de Hornos — het Bureau Inlichtingen gaan leiden.
De door de Duitsers betaalde V-mannen, zoals George Ridderhof en Anton van der Waals, worden na de oorlog ter dood veroordeeld.
Voor Giskes en Schreierder breekt na de ontsnapping van Ubbink en Dourlein een moeilijke periode aan. Ze staan op het punt hun functie te verliezen — of erger. Tegen Schreierder wordt zelfs een intern SS-onderzoek ingesteld, maar na vijf maanden mag hij zijn werk hervatten. Uiteindelijk blijven beiden in functie en blijven ze tot het einde van de oorlog de operaties van SOE en MI6 saboteren, met de dood van vele agenten en verzetsmensen tot gevolg.
In Nederland neemt Kriminal-Sekretär Otto Haubrock het stokje over. Hij zal zich richten op het opsporen van Jaap Beekman.
Na de oorlog worden de agentenjagers Giskes, Schreierder en Haubrock niet vervolgd. Ze hervatten hun burgerlijke leven alsof er niets is gebeurd.
Englandspiel de nasleep
Hoe kon het Englandspiel ontstaan? Zoals zo vaak in de geschiedenis is het een samenloop van omstandigheden. Hieronder de belangrijkste factoren die hebben bijgedragen aan dit tragische fiasco.
Onprofessionele start van SOE N-section
In de beginfase opereert de SOE N-section uiterst amateuristisch. De opleiding van agenten is gebrekkig, vooral die van marconisten. Ze leren onvoldoende om snel en veilig te werken, en kunnen technische problemen niet zelfstandig oplossen. Hierdoor blijven ze te lang ‘in de lucht’ en zijn ze makkelijk uit te peilen. Voor hulp moeten ze terugvallen op burgers in bezet gebied, wat de kans op ontdekking vergroot. Ook op het gebied van veiligheid schiet de instructie tekort: agenten krijgen nauwelijks begeleiding in het onopgemerkt opereren en weten niet hoe te handelen bij gevangenneming.
Beperkte rekruteringspool
In Engeland is slechts een kleine groep Nederlandssprekende, weerbare jonge mannen beschikbaar. Daardoor worden ook minder geschikte kandidaten geselecteerd. Bij gevangenschap slaan deze vaak als eerste door. Een cruciale fout is dat agenten wordt verteld dat hun zenders niet kunnen worden uitgepeild, een misvatting die tot meerdere arrestaties leidt.
Onvoldoende veiligheidsmaatregelen
Agenten krijgen vaak slechts één securitycheck mee — veel te weinig. Jaap Beekman krijgt er later meerdere. Er zijn geen aanvullende controles via bijvoorbeeld briefkaarten via Zweden of Zwitserland om periodiek te bevestigen dat agenten nog vrij zijn. Ook ontbreekt een verplichte aankomstmelding via codebericht direct na landing.
Duitse marconisten en ‘handschrift’
Tijdens het Englandspiel worden de zenders bediend door zes Duitse marconisten van de Orpo, waaronder die van Lauwers. Elke marconist heeft een herkenbaar ‘handschrift’ — de manier waarop toetsen worden ingedrukt. Als SOE deze patronen had opgeslagen, hadden ze kunnen horen dat iemand anders achter de zender zat. Pas later in de oorlog wordt begonnen met ‘Fingerprint Recordings’. Maar door de korte opleiding van marconisten is het de vraag of dit in de praktijk had geholpen.
Geen ‘blinde’ drops
Alle agenten worden gedropt via een ontvangstcomité. Uit veiligheidsoverwegingen hadden er ook agenten ‘blind’ gedropt moeten worden — zonder ontvangst — om te controleren of het netwerk nog betrouwbaar was. Dat is niet gebeurd.
Genegeerde waarschuwingen
Meerdere signalen worden genegeerd:
• Het ontbreken van Lauwers’ securitycheck
• Zijn verborgen berichten: CAUGHT CAUGHT CAUGHT en WORKED BY…JERRY SINCE
• Het uitblijven van terugkeer van agenten
• De opvallend hoge verliezen van RAF-vliegtuigen na droppings
• Het interne rapport van Leo Marks over foutloze codering
Psychologie en rivaliteit
Waarom werd dit alles genegeerd? De leidinggevenden wilden koste wat kost bewijzen dat hun aanpak werkte. Hun voorgangers waren al vervangen; falen was geen optie. De rivaliteit tussen SOE en MI6 speelde ook een rol. Het wantrouwen tussen beide diensten leidde ertoe dat signalen van misleiding werden weggewuifd, uit angst dat de ander er voordeel uit zou halen.
Historische reflectie
Een diepgaande parlementaire enquête na de oorlog analyseert het Englandspiel uitvoerig. Ook historicus Lou de Jong verdiept zich jarenlang in deze tragedie. Beiden komen tot dezelfde pijnlijke conclusie: het was een opeenstapeling van fouten, miscommunicatie en institutionele blindheid die leidde tot een van de grootste inlichtingenfiasco’s van de oorlog.
Hoe kon het Englandspiel gebeuren?
De uiteindelijke conclusie is teleurstellend: het was geen groot complot, geen meesterplan, maar een tragische samenloop van omstandigheden. Juist die banaliteit maakt het des te schrijnender. Omdat de waarheid zo onbevredigend is, ontstaan al tijdens de oorlog samenzweringstheorieën.
Overlevende agenten wijzen majoor Bingham aan als Duitse spion. Bingham was een wat excentrieke figuur: hij dronk veel en was homoseksueel — een combinatie die bij sommige agenten een ongemakkelijke indruk achterliet. Maar diepgaand onderzoek toont aan dat er geen enkele aanwijzing is voor verraad. Bingham was een goedbedoelende, maar onbegrepen man.
Ook François van ’t Sant, de privésecretaris van koningin Wilhelmina, wordt door sommigen verdacht gemaakt. Maar ook hier ontbreekt elk bewijs, en bovendien was Van ’t Sant al lang van het toneel verdwenen toen het Englandspiel zich voltrok.
Een andere hardnekkige theorie stelt dat de Engelsen het spel bewust lieten ontstaan om de Duitsers te misleiden over de locatie van een toekomstige invasie. Maar deze theorie rammelt aan alle kanten:
• Er is geen enkel bewijs — geen documenten, geen getuigenissen
• De agenten hadden nooit informatie over mogelijke invasieplaatsen, dus wat zou het doel zijn?
• Verzetsgroepen en ontsnappingsroutes voor geallieerde piloten werden actief verraden en opgerold — dat zou nooit zijn gebeurd als het om een gecontroleerde misleiding ging
• Er was geen enkel deel van het netwerk dat buiten het spel werd gehouden om de betrouwbaarheid te toetsen
Wel is het waar dat de geallieerden later in de oorlog verzetsnetwerken in bezet gebied actiever lieten opereren om de aandacht van de bezetter af te leiden van invasiegebieden zoals Sicilië en Normandië. Maar dat gebeurde pas ná het Englandspiel en had niets te maken met het willens en wetens opofferen van agenten.
Naast de invasietheorie zijn er nog andere fantasten geweest. Anton van der Waals — de ter dood veroordeelde V-man — en zijn advocaat beweerden dat SS’er Schreierder een Engelse spion was en dat het Englandspiel een anti-socialistische actie was om het Nederlandse verzet uit te schakelen ten gunste van Engelse hegemonie na de oorlog. Ook Engelandvaarder Pieter Hans Hoets en auteur Jo Wolters blijven steken in suggesties en insinuaties zonder bewijs. Het blijft bij “het zou wel eens zo kunnen zijn.” Schrijver Thomas Ross spant de kroon met een fantasierijke versie van het Englandspiel die niets met de werkelijkheid te maken heeft.
Jammer genoeg hebben omroepen als de EO en programma’s als Andere Tijden deze theorieën soms serieus behandeld, wat de verwarring vergroot.
Jaap Beekman heeft tijdens de oorlog nooit iets geweten van het Englandspiel. Pas in 1948, tijdens de parlementaire enquête, wordt het debacle publiekelijk bekend. Dan pas begrijpt Jaap waarom zijn vrienden Oscar de Brey en Tony Mink nooit zijn teruggekeerd.
Jaap Beekman heeft zich, net als vele andere direct betrokkenen, na de oorlog diep geërgerd aan de wildgroei aan samenzweringstheorieën rond het Englandspiel. Wat hem het meest stoorde was dat eigenbelang — vaak het verkopen van boeken — boven de nagedachtenis ging van de agenten die hun leven hadden gegeven. Niet de waarheidsvinding, maar de portemonnee leek te prevaleren. Tijdens zijn leven heeft Jaap hier via de pers inhoudelijk op gereageerd. Hij bracht meerdere argumenten naar voren om de complottheorieën te ontkrachten:
1. Waarom zijn Lieftinck, De Bruyne en Bingham ontslagen, maar nooit in ere hersteld?
Als het Englandspiel werkelijk een gecontroleerde operatie was geweest, dan hadden deze sleutelfiguren hun taak succesvol volbracht. Waarom zijn ze dan niet gerehabiliteerd? Hun ontslag wijst eerder op falen dan op een geslaagde strategie.
2. Waarom zijn de ontsnapte agenten Dourlein en Ubbink niet direct naar de Cooler gestuurd?
De Cooler was een afgelegen Special Training School waar agenten met te veel kennis maar te weinig veldcapaciteit werden ‘geparkeerd’. Als het spel bewust was opgezet, hadden deze twee daar direct na hun ontsnapping heen gestuurd moeten worden om het spel voort te zetten. Dat gebeurde niet — integendeel, ze werden onder huisarrest geplaatst en wekenlang ondervraagd als verdachten.
3. Waarom werden alleen BBO-agenten gestuurd? Het Englandspiel kostte tonnen aan materiaal en mensenlevens. Waarom werden er geen BI-agenten ingezet, of agenten uit andere landen? Als het doel was om de Duitsers te misleiden, had men breder kunnen opereren. De exclusieve inzet van BBO-agenten wijst eerder op tunnelvisie dan op een strategisch dubbelspel.
4. Waarom moesten agenten zo voorzichtig omgaan met de Eureka? De Eureka was een uiterst geheim apparaat voor het lokaliseren van droppingsterreinen. Agenten kregen springstof mee om het apparaat bij ontdekking direct te vernietigen. Maar door het Englandspiel hadden de Duitsers het apparaat allang in handen. Waarom dan nog deze strikte instructies? Het wijst erop dat men in Londen niet wist dat de geheime Eureka al lang in Duitse handen was.
Jaap vond het pijnlijk dat deze vragen zelden serieus werden gesteld in de publieke discussie. Hij zag hoe fantasie en sensatiezucht het wonnen van nuchtere analyse. Voor hem ging het niet om theorieën, maar om de waarheid — en om de eerbied voor zijn gevallen kameraden.
Interview met Jaap in de Zwolse Courant van 18 december 1990 over het Englandspiel

Jaap Beekman heeft enorm geluk gehad. Door een aanvullende opleiding tot marconist mist hij net het Englandspiel. Zijn opleiding duurt daardoor veel langer dan die van zijn voorgangers. Door de ontdekking en afhandeling van het Englandspiel zal het uiteindelijk meer dan een jaar duren voordat Jaap daadwerkelijk in actie komt.
Herinnering
In Den Haag, aan de rand van de Scheveningse Bosjes in het Van Stolkpark, staat het monument De val van Icarus. Dit bronzen beeld, gemaakt door Titus Leeser, stelt een neerstortende engel met verbrande vleugels voor. Het herdenkt de 54 Nederlandse agenten die tijdens het Englandspiel omkwamen — mannen die spreekwoordelijk de dood insprongen voor onze vrijheid. Het monument herinnert ons niet alleen aan hun moed, maar ook aan de tragiek van een operatie die door misleiding en fouten tot een ramp leidde.
Vlak voor zijn overlijden heeft Jaap op 4 mei 2008 nog een krans mogen leggen bij dit monument, namens de geheimagenten die ná het Englandspiel actief werden.
Kunstwerk "De val van Icarus" / Monument Englandspiel van Titus Leeser in Den Haag. Jaap Beekman, Bram Grisnigt en Jaap Hinderink leggen een krans.
Literatuur
Er zijn veel boeken geschreven over het Engelandspiel. De ene beter dan de ander. Het standaardwerk blijft dat van Jelte Rep. Voor de geïnteresseerde is er op youtube ook een meerdelige documentaire te vinden. Voor dit boek zijn de volgende boeken/artikelen gebruikt:
Becker & Becker, Het Englandspiel en de geheime diensten in Londen, 2024
Boonstra Jelle, Nieuwe theorie over Englandspiel is onzin, Bijlage van Tijls Bladen van zaterdag 8 december 1990
Brink H., Ex-geheim agent Jaap Beekman kroop door de oog van de naald, Zwolsche Courant, 04-05-1991
Brosens John, Sprong naar het Duister, verzetsheld Pieter Dourlein en het Englandspiel, 2019
Foot M.R.D., SOE in the Low Countries, 2017
Giskes H.J., Abwehr III F De Duitse contraspionage in Nederland, 1949
Graaf de Kas, Fictie en Werkelijkheid, feiten over het Englandspeil, 1949
Hoets Pieter Hans, Englandspiel ontmaskerd, 54 Nederlandse agenten opgeofferd voor D-Day, 1990
Jong de Lou, Het koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog deel 9 Londen eerste en tweede helft , 1979
Kelso Nicholas, Errors of Judgement, SOE’s Disaster in the Netherlands , 1941-44, 1988
Rep Jelte, Englandsiel, Spionagetragedie in bezet Nederland 1942-1944, 1977
Scheierder Joseph, Het Englandspiel, 1949
Strap van der J.E., Het Englandspiel, Demasqué der vau-mannen, 1948
Veen van der Casper, Englandspiel (1945-heden): een discussie zonder einde, 2010
Wolters Jo, Dossier Nordpol, Het Englandspiel onder de loep, 2003
Absolute afraders zijn Hoets, Wolters en van der Strap. De andere boeken geven ieder vanuit hun eigen perspectief hun visie op de gebeurtenissen.

Englandspiel
Een vijfdelige documentaire bij het boek van Jelte Rep









