Joop Kolkman
Een van de vele vergeten helden van Nederland
Van augustus tot november 1940, het moment waarop de Nederlandse consulaten in Vichy-Frankrijk werden opgeheven, fungeerde Joseph (Joop) Willem Kolkman in Perpignan als waarnemend viceconsul. Daarna werd hij tot eind 1942 directeur van het Office Néerlandais in dezelfde stad. In die rol wist hij enkele honderden landgenoten aan de naziterreur te laten ontsnappen. Velen bereikten Engeland en sloten zich daar opnieuw aan bij de strijd tegen het fascisme; anderen, vooral Joodse gezinnen, vonden dankzij Kolkman een veilige doorgang naar Zwitserland. Onder hen bevond zich ook Jaap Beekman, één van de ruim tweehonderd mensen die hun leven aan Kolkman te danken hebben.
Joop Kolkman, geboren in 1896 als zoon van de vroegere minister van Financiën M.J.C.M. Kolkman, werkte vóór de oorlog als journalist in Parijs. Hij sprak vloeiend Frans en week na de Duitse inval van 1940 uit naar Zuid-Frankrijk, waar hij zich actief inzette voor Nederlandse vluchtelingen. Consul-generaal Sevenster, gevestigd in Vichy, benoemde hem vervolgens officieel tot waarnemend viceconsul. Sevenster had bij de regering-Pétain bedongen dat Nederlandse vluchtelingen niet direct zouden worden uitgewezen, mits de Nederlandse regering in Londen hun onderhoudskosten betaalde.
Na het staakt-het-vuren tussen Duitsland en Frankrijk werd afgesproken dat alle gezantschappen van door Duitsland bezette landen zouden verdwijnen. Als alternatief ontstond het Office Néerlandais, dat pensioenen mocht uitbetalen, vluchtelingen financieel ondersteunen en zelfs identiteitspapieren verstrekken. Paspoorten konden echter alleen via het neutrale Zweedse consulaat worden afgegeven. Bij de sluiting van het consulaat in Perpignan haalde Kolkman het wapenschild en het adresbord van de gevel en plaatste deze in zijn werkkamer – een symbolisch gebaar dat hij zich, ondanks de formele opheffing, nog steeds als consul beschouwde.
Om vluchtelingen zonder middelen te onderhouden, huurde Kolkman vanaf 2 januari 1941 Maison Mazard van groente- en fruithandelaar Paul Mazard. In dit huis in Le Soler, dat al snel bekendstond als “vluchtelingenkamp Maison Mazard”, verbleven gelijktijdig zo’n veertig Nederlanders. Voor ieder van hen probeerde Kolkman een uitweg te vinden uit het collaborerende Vichy-Frankrijk. Honderden landgenoten stroomden via Maison Mazard door naar Spanje of Zwitserland.
Zijn inzet beperkte zich niet tot dit huis. Kolkman onderhield nauwe contacten met diverse interneringskampen, die hij regelmatig bezocht om geld en voedsel te brengen. Vaak wist hij ook Nederlandse gevangenen vrij te krijgen.
De weg naar Spanje was bureaucratisch ingewikkeld: een Frans uitreisvisum en een Spaans inreisvisum waren vereist. Het Franse visum werd alleen verstrekt aan mannen buiten de weerbare leeftijd (jonger dan 18 of ouder dan 50), terwijl Spanje slechts toegang gaf bij een geldig visum voor een neutraal land waar men verder kon reizen. Kolkman moest dus voortdurend creatieve oplossingen bedenken. Mannen van militaire leeftijd werden op papier jonger of ouder gemaakt, of kregen via bevriende artsen een medische verklaring dat zij ongeschikt waren voor dienst. Zo regelde hij dag en nacht visa en papieren via vaak clandestiene kanalen.
Aanvankelijk verzette Kolkman zich tegen illegale overtochten door de Pyreneeën, vanwege het grote gevaar en de kans op arrestatie. Maar omdat de legale route traag was en jonge mannen ongeduldig werden, hielp hij eind 1942 toch mee bij het opzetten van een illegale route.
Perpignan kende vóór de oorlog een overwegend linkse gemeenteraad, waardoor er in de stad veel weerstand bestond tegen Pétain en de Duitsers. De gemeentesecretaris ondersteunde Kolkman administratief: hij camoufleerde het illegale verblijf en vertrek van Engelandvaarders en hielp bij de voedselvoorziening.
In 1942 groeide de Duitse invloed in Vichy-Frankrijk. Onder druk van Berlijn besloot premier Laval op 30 juni dat de Nederlandse belangen voortaan via het Duitse consulaat moesten lopen. Het Zweedse consulaat verloor zijn rol en de Offices Néerlandais zouden worden gesloten. Voor Kolkman werd het steeds moeilijker visa te regelen; op 22 oktober 1942 werd het Office Néerlandais definitief opgeheven.
Kort daarna, op 9 november, vielen de geallieerden Noord-Afrika binnen. Als reactie bezetten Duitse troepen een maand later het hele Vichy-gebied. Alle formele zaken moesten voortaan via het Duitse Bureau Central in Vichy verlopen. Kolkman trok zich daar niets van aan en bleef dag en nacht werken om de circa honderd Nederlanders in de omgeving van Perpignan en in de kampen naar Spanje te helpen. Vanaf dat moment restten alleen nog illegale routes. Ondanks de hermetisch afgesloten grens wisten vele Engelandvaarders dankzij zijn aanwijzingen, geld en valse papieren toch Spanje te bereiken.
De omstandigheden werden echter steeds nijpender. Op 9 december 1942 werd oud-consul-generaal Sevenster in Vichy gearresteerd. Op 12 januari 1943 probeerde Kolkman samen met zijn vrouw zelf via de Pyreneeën te vluchten. Hun afspraak met een passeur liep mis en zij werden door een Duitse patrouille opgepakt. Na een half jaar gevangenschap kwam zijn vrouw vrij, maar Kolkman werd naar concentratiekamp Buchenwald gestuurd. Uiteindelijk belandde hij in Aussenkommando Dora bij Nordhausen, een ondergrondse bouwplaats voor V1- en V2-raketten die bekendstond als “de hel”. De gemiddelde levensverwachting daar was slechts vier tot vijf weken. Kolkman stierf er op 8 februari 1944 aan uitputting.
Zijn heldendaden zijn om onverklaarbare redenen altijd vrij onbekend gebleven. Toch werd hij postuum door Frankrijk gedecoreerd en in Israël geëerd met de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren in Yad Vashem op 17 februari 2014. In Nederland wordt hij herdacht op de plaquette bij de ingang van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
