Engelandvaarders
Vluchten om te vechten
Wat zijn Engelandvaarders?
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verlieten enkele duizenden Nederlanders hun land, waarbij ze grofweg in twee groepen te verdelen zijn: de vluchtelingen en de Engelandvaarders. Vluchtelingen waren doorgaans Joden, zigeuners, Jehova’s Getuigen, communisten, soms verzetsmensen en andere personen wiens leven ernstig gevaar liep als ze in Nederland bleven. Engelandvaarders daarentegen waren vooral jonge mannen, en een enkele vrouw, die naar Engeland probeerden te komen om van daaruit de strijd tegen de Duitsers voort te zetten. De term ‘vaarders’ verwijst naar de eerste reizen die per boot over de Noordzee werden gemaakt. Velen kwamen daarbij om het leven door gevaarlijk weer, mijnen en Duitse patrouilles. Naarmate de oorlog vorderde werd deze route door de Atlantikwall vrijwel onmogelijk.
Als alternatief werd de route via het neutrale Zweden in het noorden gebruikt, vooral door scheepvaartpersoneel. Toch kozen de meeste Engelandvaarders voor de zuidelijke route, via Frankrijk naar Zwitserland of Spanje. Zwitserland was neutraal en wilde dat zo houden. Om hun neutraliteit te waarborgen werden buitenlandse mannen die in de dienstplichtige leeftijd waren in Interneringskampen vast gehouden. Net zoals Nederland dat tijdens de eerste wereld oorlog als neutraal land ook had gedaan. De interneringskampen voor weerbare mannen waren in Zwitserland redelijk en boden Engelandvaarders de kans om door te reizen. In Spanje, formeel neutraal maar pro-Duits vanwege het fascistische regime, waren de kampen zwaar en mensonterend. Portugal was eveneens neutraal, maar neigde soms meer richting de geallieerden. Naarmate de oorlog vorderde, werden Zweden, Zwitserland, Spanje en Portugal steeds meer bereid om gevluchte Nederlanders door te laten reizen.
De Nederlanders die deze tocht ondernamen, kenden de term ‘Engelandvaarder’ zelf vaak nog niet. Zij spraken eerder van ‘flitsen’, ‘de kuierlatten nemen’ of simpelweg ‘vertrekken’.
Werden vluchtelingen of Engelandvaarders in België of Frankrijk opgepakt, dan werden de meesten meestal op transport naar Auschwitz gezet. Betrapte Engelandvaarders werden schuldig bevonden aan ‘Feindbegünstigung’, een ernstig misdrijf, en belandden vaak in concentratiekampen zoals Natzweiler en Buchenwald. Soms werden ze simpelweg teruggestuurd naar huis, vooral als ze nog minderjarig waren.
Vanuit Spanje ontstonden er verschillende routes naar Engeland, die afhankelijk van de ontwikkelingen in de oorlog varieerden. In eerste instantie was het haast onmogelijk om per boot of vliegtuig vanuit Spanje, Gibraltar of Portugal naar Engeland te reizen. De Kriegsmarine met haar onderzeeërs en de Luftwaffe maakten deze overtochten voor burgers nagenoeg onmogelijk. Later werd het, vooral via Gibraltar, steeds eenvoudiger. De veiligere maar veel langere route liep in de eerste oorlogsjaren via Zuid- naar Noord-Amerika. Vroeg in de oorlog was het ook nog mogelijk om vanuit Spanje naar Nederlands-Indië te reizen, maar door de Japanse invasie in december 1941 hield dat snel op.
Uiteindelijk wordt geschat dat er ongeveer 2.000 pogingen zijn gedaan om Engeland te bereiken. Een derde daarvan mislukte. Van deze mislukte pogingen overleefde ongeveer de helft (zo’n 300 mensen) het niet. Slechts enkelen kwamen om door de natuurelementen, bijvoorbeeld door verdrinking in de Noordzee of door kou en uitputting in de Pyreneeën. Het merendeel werd echter gefusilleerd of stierf in concentratiekampen.
De route van Jaap Beekman
Via België weet Jaap Beekman Frankrijk te bereiken. Om internering te voorkomen heeft hij zich aangemeld voor het Franse Vreemdelingen Legioen. Op het allerlaatste moment ziet hij hier toch van af en weet onderdak te krijgen in het vluchtelingenkamp Maison Mazard in Le Soler. Joop Kolkman (zie elders op deze website) weet valse papieren voor hem te regelen en na enkele maanden als landwerker aan de voeten van de Pyreneeën gewerkt te hebben kan Jaap de grens over naar Spanje. Eenmaal in Spanje kan hij met het schip de Cabo de Hornos richting Zuid Amerika vertrekken om vandaar met de boot de Saluta via Amerika met de trein naar Canada te reizen. Deze bijzondere reis wordt door een groep Engelandvaarders van zeer uiteenlopende pluimage samen ondergaan. Eenmaal in Canada poseren ze voor een heel bijzondere foto. Zie onderaan deze pagina korte biografieën van enkelen van hen.
Groepsfoto in Stratford
Direct na aankomst in de kazerne in het Canadese Stratford is een groepsfoto gemaakt van alle Engelandvaarders die met de ‘Saluta’ van Curaçao naar de Verenigde Staten zijn gevaren. Het is een bijzondere foto waar een hele grote groep Engelandvaarders tegelijk op de foto staan. Deze foto is direct daarna tijdens hun aanwezigheid in Canada gebruikt in meerdere publicaties. Zie hieronder een aantal voorbeelden. Na de oorlog is deze foto ook in meerdere boeken verschenen. Opvallend is dat een groot aantal van deze jonge mannen als geheim agent voor Bureau Inlichtingen of Bureau Bijzondere Opdrachten in bezet Nederland zullen worden gedropt.
Artikel in het blad de Knickbocker Weekly van 19 oktober 1942 wat gericht was op Nederlandse emigranten in New York en het grotere Amerika. Jaap Beekman in de rode cirkel.
Artikel op de voorpagina van The Stratford Beacon-Herald 3 oktober 1942
Namen
Achterste rij van links naar rechts: Leo Hendrikx, Frans Borgman Brouwer, Leonard Aluin, Marinus Verhage, Henk Letteboer, T. Heymans, Eddy de Penasse Mouwen, Jan Knecht, Jacob Bueno de Mesquita, Tony Mink, Him de Haan, Jaap Beekman, Jan Verhaar, Jacobus Korte, Jan de Vries, Teun van de Pol, Pim de Bruyn Kops, Klaas Aertsen en Piet Gerbrands.
Midden van links naar rechts: Hendrik Elte, Jan Heino Hommes, Cor van der Does, P. van Emmerik, Stanny van Waesberghe, Paul Barten, Pieter Pieters, J. Rootveldt, B.J.K. Cramer en Oscar de Brey.
Voorstee rij van links naar rechts: Arie Mooy, Ernst Johan baron van Voorst tot Voorst, Garrelt van Borssum Buisman, Ad Kanters, Jan Jansen, Jan Kuenen met bouvier Eppie, Levie Cohen, Jos van Alebeek en Eddy van der Harst.
Hier volgen de biografieën van enkele van deze mannen. het het boek 'De Marconist'komen deze personen in veel groter detail voorbij.
Johan baron van Voorst tot Voorst (1918 – 1996)
De derde zoon van J. J. G. baron van Voorst tot Voorst, luitenant-generaal tevens commandant van het Nederlandse Veldleger ten tijde van de Duitse aanval op Nederland in 1940. Johan is officier in opleiding (kornet) in het Nederlandse leger tijdens de meidagen van 1940. Nadat zijn vader in krijgsgevangenschap verdween, vlucht Johan uiteindelijk ook uit Nederland. Via de zogenaamde Niftrik route. Na verschillende gevangenissen in Zwitserland, Frankrijk en Spanje van binnen te hebben gezien, beland hij tegelijk met Jaap Beekman in het Franse Le Soler bij de opvang van Joop Kolkman. Uiteindelijk reist hij een paar dagen eerder dan Jaap naar Spanje. Samen nemen ze de boot naar Curaçao en daarna via Canada naar Engeland. Hij dient de rest van de oorlog bij de Prinses Irene Brigade onder andere als adjudant van Luitenant-kolonel De Ruyter van Stevenick, de commandant van de Princes Irene Brigade en maakt met de Prinses Irene brigade ook de geallieerde invasie via Frankrijk mee. Oreste Pinto die Johan ondervroeg bij aankomst in Engeland observeert: ‘Een enigszins over het paard getild en verwaand jongmensch, doch politiek betrouwbaar’.
Gijs de Jong (1916 – 2006)
Geboren en opgegroeid in Nederlands-Indië. Bij het uitbreken van de oorlog is Gijs als cadet-vaandrig in opleiding op de KMA. Na intensief verzetswerk in Nederland en Frankrijk bereikt hij uiteindelijk via Perpignan Spanje medio 1942. Dit is rond dezelfde tijd als Jaap. Hij reist enkel de eerste paar dagen mee op de Cabo de Hornos. In Portugal weet hij met een smoes van boord te gaan. Na een verblijf van drie maanden in Portugal, na een geveinsde blindedarm ontsteking, kan hij rechtstreeks door naar Londen waar hij op 12 november 1942 aankomt. Op 12 februari 1943 wordt de dan tweede luitenant in de staf van het Bureau Inlichtingen (BI) opgenomen als adjudant van Major Somer. Daar krijgt hij snel de leiding. Gijs is een oud-leerling van Somer op de KMA. Gijs is verbindingsofficier en hij is belast met de werving en selectie van de agenten. Hij is de uitdenker van de te volgen tactiek en hij bedenkt de codenamen van de agenten. Een dag na zijn aanstelling op 13 februari 1943 trouwt hij met Lidy van den Broek die ook via Le Soler naar Spanje weet te ontkomen. Beide overleven de oorlog. In 'De Schakel' van Frank Visser wordt de zeer bijzondere reis van Gijs de Jong en Lydy van den Broek beschreven.
Henk Letteboer (1916-2002)
Als zoon van een Ommer gemeenteveldwachter en zelf voormalig militair is Letteboer na de capitulatie als douanier te werk gesteld in Limburg (Bergeyk). Samen met twee collega’s (Marinus Verhage en Tony Mink, zie verderop) vertrekt hij op 22 april 1942 richting Spanje.
Eenmaal in Engeland wordt hij door het Bureau Inlichtingen gerekruteerd. Hij wordt opgeleid tot radiotelegrafist en in de nacht van 22 op 23 juni 1943 wordt hij samen met Garrelt van Borssum Buisman boven Nederland geparachuteerd. Hun werkgebied wordt Amsterdam bij zendgroep Barbara. Zijn radiozender wordt op 3 februari 1944 uitgepijld. Hij wordt door de SD gearresteerd na nog een tijdje de cel gedeeld te hebben met Bram Grisnigt wordt hij overgebracht naar een concentratiekamp in Rathenow in Duitsland. Op 26 april 1945 wordt hij door de Russen bevrijd. Na in korte tijd hersteld te zijn van zijn gevangenneming vertrekt hij samen met o.a. Jaap Beekman naar Ceylon (Sri Lanka) om vandaar te helpen bij het bevrijden van Nederlands-Indië wat dan nog door Japanners is bezet. Na de oorlog blijft hij in het leger en bereikt de rang van luitenant-kolonel.
De gehele reis van Frankrijk naar Engeland doen Jaap Beekman en Henk samen. Ook tijdens hun opleiding tot geheimagent zien ze elkaar geregeld en gaan naar dezelfde scholen en kroegen. Beide gaan naar Ceylon en beide hebben een carriere in het leger. Tot op zeer hoge leeftijd bleven ze elkaar zien op reünies.
Tony Mink (1918-1944)
Als jongen opgegroeid in de omgeving van Den Helder maakt Tony het uitbreken van de oorlog mee als sergeant bij de artillerie aan de kust. Na de capitulatie wordt hij als douanier te werk gesteld in Limburg (Bergeyk). Samen met twee collega’s (Henk Letteboer en Marinus Verhage), vertrekt hij in april 1942 richting Spanje. Zich voordoend als priesterstudenten weten ze door Frankrijk te reizen. Hij komt samen met Letteboer en Verhage ongeveer een maand eerder dan Jaap in Le Soler aan (7 mei 1942).
Eenmaal in Engeland sluit hij zich aan bij de Special Operations Executive (SOE) wat goed samenwerkt met het Nederlandse Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) en krijgt een opleiding tot geheimagent. In de nacht van 21/22 mei 1943 geparachuteerd hij samen met Laurens Punt en Oscar de Brey terug Nederland in. Ze worden bij hun landing door de Duitsers opgewacht en zijn de laatste slachtoffers van het Englandspiel. Na verschillende kleinere kampen wordt hij begin september 1944 samen met een grote groep andere gevangen genomen Nederlandse agenten naar concentratiekamp Mauthausen overgeplaatst. Op 7 september 1944 wordt hij daar gefusilleerd. Tony wordt niet ouder dan 25 jaar.
Tony Mink was een goede vriend van Jaap Beekman. Ze waren uit hetzelfde hout gesneden. Dol op de meisjes, niet vies van een borrel en voor de duvel niet bang.
Marinus Verhage (1919-1994)
Marinus reist samen met Tony Mink en Henk Letteboer vanuit Limburg de wereld over om in Engeland te eindigen. Wederom treed hij toe tot Bureau Inlichtingen, daar wordt hij tot marconist opgeleid en ook hij wordt gedropt om zendgroep Brabara te ondersteunen. Hij springt samen met Jan Diesveldt en rapporteert aan Garrelt van Borssum Buisman. Terwijl het grootste deel van zendgroep Barbara wordt opgepakt weet hij uit handen van de SD te blijven. Uiteindelijk is hij bij de ondergrondse in Eindhoven werkzaam als hij daar in september 1944 door de geallieerden wordt bevrijdt. In zijn verhoor bij aankomst in Engeland staat: ‘Een eenvoudige, openhartige jongen, politiek betrouwbaar’.
Jos van Alebeek (1916 – 1990)
Joseph Lodewijk Theodorus Maria van Alebeek wordt geboren op 23-03-1916 in Den Bosch. Hij is assistent accountant en woont samen met zijn vrouw in Amsterdam. Jos sluit zich bij aankomst in Londen aan bij Bureau Inlichtingen en wordt opgeleid tot geheimagent en marconist. In de nacht van 8 op 9 oktober 1943 wordt hij samen met twee andere agenten in de omgeving van Malden gedropt. Het doel is om zich aan te sluiten bij zendgroep Barbara, waar Garrelt van Borssum Buisman ook actief is. Per abuis landen ze midden in een Duitse militaire oefening. Hij weet te ontsnappen, maar zonder zijn zendapparatuur. Omdat hij zijn opdracht niet kan uitvoeren sluit hij zich aan bij het plaatselijk verzet om zich nog enigszins nuttig te kunnen maken. Op 5 december 1944 wordt hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd. In april 1945 wordt hij vrijgelaten en overleeft de oorlog.
Oscar de Brey (1921-1944)
Bij het uitbreken van de oorlog zit de dan achttienjarige Wassenaarse Oscar op het Nederlandsch Lyceum in Den Haag en wil vliegtuigbouwkunde gaan studeren in Delft. Tijdens de bezetting helpt hij vrienden die naar Engeland willen vertrekken en wordt uiteindelijk zelf door de Gestapo gezocht. In november 1941 verlaat Oscar samen met schoolgenoot en beste vriend Pim de Bruyn Kops te voet het vaderland. Via België komen ze aan in het vrije Vichy-Frankrijk. Eenmaal in Engeland sluit Oscar zich aan bij de SOE/BBO en wordt op 21 mei 1943 samen met Tony Mink en Laurens Punt in bezet gebied geparachuteerd, waar ze direct door de duitsers worden opgepakt. Op 7 september 1944 wordt hij in concentratiekamp Mauthausen vermoord. Hij is dan 22 jaar oud.
Enkele dagen voor het vertrek van Oscar de Brey en Tony Mink naar bezet Nederland heeft Jaap Beekman nog een laatste borrel met hen in Londen. Enkele dagen later slaat het noodlot voor hen toe.
Pim de Bruyn Kops (1922-2008)
Pim wordt op 10 juli 1922 in Nederlands-Indië geboren. Hij verhuist naar Nederland waar hij samen met Oscar de Brey op het Nederlandsch Lyceum in Den Haag zit. Na een mislukte poging om met kano’s naar Engeland te vertrekken, lopen Pim en Oscar op 29 november 1941 ,door een bos onder Eindhoven, België binnen. In Engeland aangekomen wil Pim eerst net als Oscar zich melden voor de inlichtingen diensten maar na een ontmoeting met de adjudant van koningin Wilhelmina bedenkt hij zich. Het Englandspiel is gaande en er zijn enkele personen dicht bij het vuur die de situatie al een tijdje niet vertrouwen. Hij wordt vlieger bij de Royal Air Force. In die dienst maakt hij ongeveer vijftig bombardementsvluchten boven Nederland en Duitsland.
Garrelt van Borssum Buisman (1915-1991)
Bij het uitbreken van de oorlog is Garrelt ook (wel Gerard genoemd) beroepsofficier als reserve-tweede luitenant bij de Artillerie. Na de capitulatie gaat hij bij het verzet. In 1942 vertrekt hij naar Zwitserland. Zijn lange en knappe voorkomen zorgt er voor dat menig Franse dame hem aanziet voor een Engelsman die ze graag willen helpen. Vanuit Zwitserland weet hij uiteindelijk in Spanje te komen. Na zijn opleiding tot agent bij het Bureau Inlichtingen (BI) wordt Garrelt in de nacht van 22 op 23 juni 1943 samen met Henk Letteboer in de buurt van Mariënberg, ten oosten van Ommen geparachuteerd. Hij moet het verzet coördineren en radiocontact tot stand brengen tussen de belangrijkste verzetsorganisaties en de Nederlandse regering in Londen. Tevens heeft Garrelt de opdracht om het conflict tussen de leider van de Orde Dienst (OD) jhr. Pieter Jacob Six en Jan Thijssen, het hoofd van de Radiodienst, van de OD te sussen. Op 5 februari 1944 wordt Van Borssum Buisman bij toeval op de Willemsparkweg in Amsterdam door de SD gearresteerd. Zijn markante uiterlijk doet hem de das om als hij van een pasfoto wordt herkent. Hij ontsnapt uiteindelijk door uit het raam van een rijdende trein te springen, maar raakt daardoor wel zwaar gewond. Tot het einde van de oorlog weet hij uit handen van de Duitsers te blijven. Hij ontvangt hiervoor de Militaire Willemsorde.
In de jaren vijftig is hij plaatsvervangend hoofd van de Sectie Algemene Zaken, een rechtstreekse voortzetting van het Londense Bureau Inlichtingen, wat nu de Militaire Inlichtingen- en Veiligheids Dienst is (MIVD). Van 1961 tot 1971 wordt hij hoofd van deze sectie. In deze functie neemt hij één van de dochters van Jaap Beekman, Mary, aan als secretaresse. Hij maakte daarbij de opmerking: 'Ben je er één van Beekman: dan zit het wel goed.'
Het leven van Garrelt van Borssum Buisman wordt mooi beschreven in het boek 'Een Stille Held' van Chris de Bouter
Jan Kuenen (1918-1944)
Na de capitulatie komt de beroepsmilitair korporaal Jan Kuenen als bankwerker-monteur in dienst van hoogovens. Na diverse mislukte pogingen om per boot en vliegtuig naar Engeland te komen vertrekt Jan op 12 juni 1942 naar Zuid-Frankrijk. Hij gaat lopend de Pyreneeën over naar Spanje en beland begin 1942 in het interneringskamp Miranda de Ebro waaruit hij uiteindelijk wordt vrijgelaten. In Engeland komt hij bij de SOE/BBO en wordt opgeleid tot geheimagent. Vlak voordat hij wordt uitgezonden komt het Engelanspiel uit en zijn missie wordt vertraagt waardoor hij pas op 31 mei 1944 naar Nederland vertrekt. Het leven van de jonge Jan Kuenen wordt die nacht vroegtijdig beëindigd. De bommenwerper waar hij in zit wordt door Duits luchtafweer uit de lucht geschoten en stort vlak bij vliegveld Gilze-Rijenneer neer. Jan en alle andere inzittenden overlijden bij de crash.
Jan en Jaap Beekman waren goede vrienden. Ze waren beide wars van autoriteit en hielden van kattenkwaad. Jan Kuenen liet een zoon achter die bij het vertrek van zijn gedoemde missie naar Nederland nog niet eens geboren was.
Ad Kanters (1910 –1987)
Ad Kanters wordt geboren als zoon van Janus Kanters, de dokter in Grave. Bij uitbreken van de oorlog is hij eerste luitenant bij het eerste regiment Huzaren Motorrijders. Na de demobilisatie wordt hij te werk gesteld bij de Marechaussee. Na diverse ontsnappingspogingen moet het in mei 1942 echt gebeuren. De meldingsplicht voor officieren is aanstaande en Ad en enkele andere officieren voelen dat het nu of nooit is. Om uit bezet Nederland naar Engeland te komen loopt en treint Ad Kanters samen met luchtmachtpiloten Faam Janssens, Jonkheer Bodo Sandberg en Jan Bosch door nazi-bezet België en Frankrijk naar Zwitserland. Vandaar slagen ze erin via Frankrijk Spanje te bereiken. Als één van de weinige officieren neemt hij de leiding over het zooitje ongeregeld in Canada en wordt de commandant van Jaap. In Engeland wordt hij onderdeel van Bureau Organisatie Generale Staf die het Nederlandse leger opnieuw vorm moet geven. Na de oorlog is hij onder andere militair attachee in Griekenland en Joegoslavië. Hij verlaat het leger als luitenant-kolonel en werkt nog in diverse functies in het bedrijfsleven.
In het boekje 'Luitenant-kolonel Ad Kanters (1910-1987) De enige Graafse Engelandvaarder.' van Jan Timmermans wordt de reis van Kanters beschreven.
Jan Somer (1899 – 1979)
De geboren Drenth maakt carrière bij het KNIL in het vooroorlogse Nederlands Indië. Eind jaren twintig keert hij terug naar Nederland waar hij les gaat geven aan de KMA in Breda. Bij het uitbreken van de oorlog is hij kapitein en tijdens de eerste jaren van de bezetting bouwt hij samen met een aantal (ex-)leerlingen een verzetsnetwerk op. Hij wordt commandant van de Orde Dienst in Noord-Brabant. Uiteindelijk moet hij ook vluchten en via Zwitserland komt hij in Spanje aan. Bij aankomst op Curaçao wordt hij naar Suriname gestuurd om daar te helpen het Nederlandse koloniale leger verder op te bouwen. Prins Bernard herkent zijn talenten bij een bezoek aan Paramaribo en stuurt hem naar Engeland. Daar gaat hij vrij snel na aankomst leiding geven aan Bureau Inlichtingen en zal verantwoordelijk zijn voor het sturen van vele agenten en een goed werkend inlichtingen netwerk in bezet Nederland. Na de oorlog wordt hij directeur van de centrale militaire inlichtingen dienst in Nederland-Indië. Hij zwaait uiteindelijk als kolonel af.
Zelf schreef hij het boek 'Zij Sprongen in de Nacht' over zijn periode bij Bureau Inlichtingen tijdens de oorlog. Later verscheen ook 'Man in Oorlog' zijn dagboeken waarin hij ook zijn reis met de Cabo de Hornos beschrijft.
Jacob Bueno de Mesquita (1920-1978)
Deze geboren Amsterdammer vertrekt in november 1941 uit Nederland. Als creatieve jongen wil hij het liefst leraar kunstnijverheid worden, maar is door gebrek aan werk de radiotelegrafie voor de koopvaardij ingerold. Eenmaal in Frankrijk reist hij langs zijn vader die daar samen met de 25 jaar jongere nicht van zijn moeder woont. Zijn vader is kunstenaar en had de moeder van Jacob, die al 10 jaar jonger was, ingeruild voor haar nog jongere nichtje. Zijn moeder woont in Italië. Na 7 maanden bij zijn niet-praktiserend Joodse vader in de buurt van Nice te hebben gezeten weet hij met hulp van Joop Kolkman de Spaanse grens over te komen. Eenmaal in Engeland wordt Jacob als matroos 3e klasse weer bij de Nederlandse marine gevoegd. Zijn ondervragers in Engeland beschrijven hem als: ‘Een sympathieke jongeman, die echter met twee linker handen geboren is. Politiek lijkt hij mij zeer betrouwbaar’. Het is onduidelijk wat er na de oorlog met hem is gebeurt.
Bram Grisnigt (1923-2019)
Op zijn achttiende vertrekt Bram eind mei 1941 op de fiets samen met een vriend richting Zuid-Frankrijk met het idee om zich bij het Nederlands Indische leger te voegen. Na een lange reis lukt het uiteindelijk om in het voorjaar van 1942 Spanje te bereiken. Grisnicht is eerder op Curaçao aangekomen dan veel van de hier voorgenoemde Engelandvaarders (met de Cabo de Bueno Esparanza) en heeft met de olietanker de ‘Rotterdam’ van de Shell als matroos gepoogd om rechtstreeks van Curaçao naar Engeland te komen. De olietanker wordt echter getorpedeerd en explodeert. Hij overleeft het met maar een deel van de bemanning. Bram wordt in New York herenigd met zijn veel oudere, maar beste, vriend Piet Hoekman. Vandaar reist hij mee naar Canada. In Engeland wordt Bram opgenomen in Bureau Inlichtingen en in de nacht van 19 op 20 september 1943 wordt hij samen met Piet Hoekman in Brabant geparachuteerd. Bram vertrekt richting Amsterdam om onderdeel te worden van zendgroep Barbara. Door verraad wordt Piet Hoekman vrij kort na aankomst doodgeschoten door de Duitsers. Op 2 februari wordt Bram door de Duitsers uitgepijld. Hij beland in diverse kampen, maar weet de verschrikkingen te overleven. In April 1945 worden de laatste gevangen in kamp Ravenbruck, waar hij zit, door de Duitsers op een laatste dodenmars gezet. Bram weet te ontkomen en wordt uiteindelijk door de Russen bevrijd.
Bram Grisnicht is één van de langstlevende Engelandvaarders/geheim agenten. In 'Spion van Oranje' van Bram de Graaf wordt het bijzondere levensverhaal van Bram Grisnicht in detail beschreven.
Jan Diesfeldt (1918-1944)
De assistent accountant Jan komt uit Den Haag waar hij als gemeente ambtenaar werkt. Zijn vader dreigt voor zwart handel opgepakt te worden door de Duitsers. Jan vertrekt op 12 juni 1942 uit Nederland zodat zijn familie hem de schuld kan geven van de zwarthandel om zo zijn vader te beschermen. Jaap ontmoet Jan voor het eerst in Maison Mazard in Le Soler Frankrijk, waar hij zijn handigheid met in- en verkoop inzet om het huis te bevoorraden. Jan blijft wat langer in Frankrijk maar ze komen elkaar in Canada weer tegen. Eenmaal in Engeland sluit Jan zich aan bij Bureau Inlichtingen net als vele van zijn reisgenoten. Hij werkt in de functie van marconist voor het BI en hij maakt na zijn parachutering op 5 november 1943 samen met Marinus Verhage deel uit van de Zendgroep Barbara. Op 12 juli 1944 wordt de zender van Jan uitgepijld en wordt hij gearresteerd. Op 8 september 1944 wordt hij in kamp Vught geëxecuteerd. De ‘flinke, intelligente jong’, zoals zijn ondervrager bij aankomst in Engeland omschrijft, wordt maar 25 jaar oud.
Wim Kuijpers (1917-1944)
Op 18 mei 1942, dezelfde dag dat Jaap in Maastricht de Belgische grens over gaat start voor de Limburger Wim Kuijpers ook de reis naar Engeland. Wim weet uiteindelijk Zwitserland te bereiken. Na een tijdje in een werkkamp gezeten te hebben, weet hij naar Frankrijk te ontsnappen en komt ook in Le Soler, waar hij ongeveer een week overlap heeft met Jaap Beekman. Jaap vertrekt al snel en Wim zal uiteindelijk met een boot later richting Curaçao vertrekken. Hij komt in Guelph aan als Jaap al naar Engeland is. Als Wim in Engeland aankomt wordt hij getraind als boordschutter van de RAF bommenwerpers. Hij komt bij het 320 Squadron. Op 20 maart 1944 wordt zijn Mitchel bommenwerper boven Frankrijk door Duits afweergeschut neergeschoten. Alle bemanningsleden inclusief Wim komen daarbij om te leven. Wim laat een Engelse vrouw achter en zijn dan nog niet geboren zoon William. Ook zijn dagboek blijft achter en wordt later gepubliceerd. Hierin beschrijft hij zijn reis in detail; 'Als ik ooit nog thuis kom', door Rob Dijkstra en Mariëlle Kuijpers.
Cabo de Hornos
In 1940 koopt de Spaanse rederij Ybarra y Compañia uit Sevilla twee oude Amerikaanse schepen die onder de namen ‘Cabo de Hornos’ (Kaap Hoorn) en ‘Cabo de Bueno Eperanza’ (Kaap de goede Hoop) een lijndienst verzorgen tussen Spanje en Argentinië. De route gaat via Portugal, Trinidad, Venezuela, Curaçao, Brazilië naar Argentinië. Het zijn de grootste passagiersschepen van Spanje op dat moment. Enkele honderden Engelandvaarders zullen op één van beide schepen richting Curaçao vertrekken.
De ‘Cabo de Hornos’ heette voor 1940 toen het nog in Amerikaanse handen was de ‘President Wilson’. Het schip is 22.000 ton zwaar en 165 meter lang, bied plaats aan 800 passagiers en is helemaal wit geverfd. Aan de zijkant bij de boeg zijn grote Spaanse vlaggen geschilderd. Om nog meer op te vallen worden de vlaggen ’s nachts door grote lampen verlicht. Ook op het achterdek is een stellage van hout gemaakt waarop de Spaanse vlag is geschilderd. Het doel is om duikboten en andere oorlogsschepen duidelijk te maken dat dit een schip van een neutraal land is. Het is in de oorlogsjaren al veel vaker voorgekomen dat schepen van neutrale landen ‘per ongelijk’ de grond in zijn geboord.
Spanje is door haar recente burgeroorlog in economisch zwaar weer geraakt. De schepen moeten de economische banden met Zuid-Amerika versterken. Helaas wordt de financiële situatie van Spanje gereflecteerd in de kwaliteit van de schepen. De situatie aan boord is niet wat Jaap Beekman, ‘Nederlands’ niveau, kan noemen.
Ansichtkaart van de Cabo de Hornos door Jaap gekocht aan boord.





















