Marechaussse in oorlogstijd
De rol van de marechaussee na de capitulatie van Nederland in 1940
De Koninklijke Nederlandse Marechaussee bestaat bij het uitbreken van de Tweede Wereld Oorlog uit 1.247 officieren en manschappen. Het is net als nu een organisatie die op militaire leest is geschoeid, maar met politietaken. De marechaussee is op dat moment vooral verantwoordelijk voor de beveiliging van de grensgebieden en de grote wegen. Ook moet de marechaussee in actie komen bij grootschalige ongeregeldheden. Zoals bijvoorbeeld bij de Jordaanoproer van 1934 waar rellen ontstonden als gevolg van voorgenomen steunverlagingen. Bij het binnenvallen van de Duitsers in mei 1940 trekken ongeveer 280 marechaussees uit de zuidelijke provincies zich terug naar nog onbezet gebied waar Nederlandse en Franse troepen nog stand houden. Ze hergroeperen zich bij het Zeeuwse Sluis om vervolgens na een wekenlange zwerftocht, op de fiets, lopend en met elk ander vervoer dat geregeld kan worden, onder zwaar vijandelijk vuur, door België en Frankrijk op 11 juni 1940 uiteindelijk via het Franse Brest naar Engeland te vertrekken op het Nederlandse schip de Princes Beatrix. Deze marechaussees sluiten zich aan bij de Princes Irene Brigade die later wordt opgericht of vormen de bewaking van de koningin en haar dochter in ballingschap. Vele geheimagenten van het eerste uur zullen uit deze groep gerekruteerd gaan worden.
Aanvankelijk continueren de officieren van de marechaussee die in Nederland zijn achtergebleven hun werkzaamheden na de capitulatie op 14 mei 1940. Om de bevolking te beschermen tegen wetteloosheid besluit men, net als alle andere politiediensten, de politietaken te blijven uitvoeren. Het is in de Nederlandse wet (Het Landoorlogreglement van mei 1937) zo geregeld dat de politiediensten tijdens een bezetting van een buitenlandse mogendheid haar taken moeten voortzetten. Door deze wet voelen ze zich gesterkt om hun functie te blijven uitvoeren.
Met de kennis van nu kan je je afvragen waarom men dit deed. Het is moeilijk om je te verplaatsen in het perspectief van toen. Maar met de context waar men in mei 1940 mee werd geconfronteerd is het niet verwonderlijk dat men de politiewerkzaamheden voortzette. In de eerste plaats was de brede verwachting dat de oorlog en de bezetting niet zo lang zou duren. De algemene verwachting was dat binnen een jaar de Duitsers wel weer weg zouden zijn. Bewijs van die houding is het ontstaan van de Orde Dienst (O.D.). Met name oud-militairen en politiemensen, maar ook andere prominenten, die willen voorkomen dat er op het moment van de bevrijding van Nederland een gezagsvacuüm zal ontstaan. Dan dient er gezorgd te worden voor de handhaving van de orde en de rust. De O.D. is de, eerst lokale en later landelijke, organisatie die deze rust wil handhaven. Op hetzelfde moment willen ze ook aan de geallieerde legers de helpende hand aanbieden als zij het land binnen trekken. De leiding van de O.D. ziet voor haar organisatie in eerste plaats de taak de slapende infrastructuur te zijn die de orde handhaaft bij een bevrijding. Dus geen actieve verzetsorganisatie. Hoe langer de oorlog voort duurt hoe meer de O.D. overigens wel een actieve verzetsorganisatie wordt.
Ook is de bezetter in het eerste bezettingsjaar nog vrij mild. In tegenstelling tot de veroverde gebieden in het oosten van Europa laten de Duitsers nog niet hun ware gezicht zien. De zogenaamde Roof, Moord en Willekeur hebben nog niet hun intrede gedaan. De Duitsers zijn vaak hoffelijk en correct. Deze façade brokkelt gedurende de bezettingsjaren steeds verder af. Vanaf 1942 zou de Roof, Moord en Willekeur pas echt voor iedereen zichtbaar worden:
‘Roof’: eerst radiotoestellen, voedsel, brandstofvoorraden, huisraat en voertuigen, later alles wat maar de Duitse oorlogsmachine kon voeden tot het metaal van kerkklokken aan toe.
‘Moord’: van de georganiseerde joden moord, represaille-executies tot standrechtelijke executies van verzetsmensen en wie daar mee geassocieerd kunnen worden. Vanaf 7 december 1941 als het ‘Nacht und Nebel’ strafklasse geïntroduceerd wordt komt dit in een stroomversnelling. Het betekent dat iedereen die verdacht is van, of geassocieerd wordt met, verzet tegen de Duitsers zonder enige vorm van proces kon ‘verdwijnen’.
‘Willekeur’: de arbeidseinzats (de verplichte te werkstelling die vanaf 1940 steeds breder werd uitgerold), onteigening, wetteloosheid en natuurlijk de totale uitsluiting en vervolging van hen die niet aan het Arische ideaal voldeden.
In de eerste jaren valt dit erg mee of wordt het voor het grote publiek geheimgehouden. Tot slot is de redenatie van veel manschappen en officieren bij de marechaussee dat zíj beter deze (machts)positie kunnen behouden dan dat ze vervangen worden door een nazisympathisant. Deze ‘constructieve’ houding ten opzichte van het voortzetten van het functioneren van de marechaussee door ‘goede’ Hollanders wil natuurlijk niet zeggen dat er vanaf het begin van de oorlog geen ‘foute’ marechaussees zijn. Maar deze zijn in 1940 en 1941 nog erg schaars.
Jaap Beekman in zijn periode bij de marechaussee. Links aan het stoeien met een mede- marechaussee in opleiding. Rechts 'het witten van de tressen' door Jaap Beekman. De witte veters van het marechaussee uniform.
Op 2 Juli 1940 besluit Höhere SS- und Polizeifürer generaal Hans Rauter, die door de Duitse overheid als hoogste politiebaas in Nederland is aangewezen, dat de Nederlandse politie moet worden versterkt. Er wordt besloten dat de marechaussee moet worden uitgebreid naar 4.000 man. Deze nieuwe rekruten moeten uit het net opgeheven Nederlandse leger worden geworven. De reden is dat, naast het feit dat er net bijna 300 marechaussees naar Engeland zijn vertrokken, er geen Nederlands leger meer is en de diverse Nederlandse politiediensten in staat moeten zijn het land ook bij calamiteiten onder controle te houden. Op deze wijze is er een minder grote Duitse bezettingsmacht nodig die op haar beurt weer Engeland (en later Rusland) kan aanvallen. Jaap Beekman is één van de voormalige soldaten uit het Nederlandse leger die wordt aangetrokken om de marechaussee te versterken.
De marechaussees van de vooroorlogse garde proberen de kwaliteit en de normen op niveau te houden. Pro-Duitse elementen worden zoveel mogelijk buiten de dienst gehouden. Op een enkele uitzondering na is de Dienst zoals eerder gemeld in de beginperiode ook bijna volledig ‘oranje’. Zeer vaderlandslievend en anti-Duits. Daar moet wel bij opgemerkt worden dat een deel ook erg plichtsgetrouw is en alles volgens het boekje wil doen. Dat is het negatieve bijeffect dat de marechaussee op militaire basis is opgezet. Het opvolgen van bevelen zonder deze te betwijfelen zit er strak ingebakken. Ondanks dat, is er maar een erg klein deel dat echt pro-Duits is. Deze aanvankelijke verhoudingen worden in de loop van de oorlog wel steeds minder na mate de nazi’s hun invloed op de Dienst vergroten.
De marechaussee wordt met ingang van 5 juli 1940 onderdeel van de burgerlijke politie en komt geheel onder het ministerie van Justitie te hangen. De Koninklijke Marechaussee was hier voor een gendarmerie, een militaire dienst die politietaken uitvoert. Het predicaat Koninklijk wordt van de Dienst gehaald en het is nu volledig een politiedienst zonder militaire inslag. Het is niet langer een ‘Wapen’ binnen het leger maar een Dienst. De rijksveldwacht en gemeenteveldwacht worden opgeheven en ondergebracht bij de marechaussee. Daardoor ontstaat buiten de steden één rijkspolitiekorps onder de naam marechaussee. De grote steden hebben hun eigen (gemeente) politie. De grenzen, dorpen en buitengebieden worden nu door de verbrede marechaussee bedient.
Na de capitulatie laat de bezetter aanvankelijk de Nederlandse wetgeving ongemoeid. De politie kan op basis van deze wetgeving de openbare orde handhaven en strafbare feiten blijven vervolgen. Ze maken gebruik van de in de wet vastgelegde bevoegdheden. Anti-Duitse activiteiten worden door de Duitse bezetter vervolgd (Door de SD of de Wehrmacht), niet door de Nederlandse politie/marechaussee. Er zijn ook geen Nederlandse wetten die het tegenwerken van een bezetter verbieden. Daar komt langzaam verandering in. De Duitsers gaan steeds meer controleren of de Nederlandse wethandhavers ook de niet-wettelijke verordeningen van de Duitsers uitvoeren. Bijvoorbeeld op het gebied van de rassenwetten. De vervolging van de joden is tegen de Nederlandse wet en technisch mógen de Nederlandse marechaussee hier niet in meehelpen. Ook de opsporing van geallieerde piloten, die nu her en der neerkomen, wordt door de Nederlandse marechaussee niet gezien als onderdeel van haar takenpakket maar wordt wel door de Duitsers geëist.
De Nederlandse politiediensten waaronder de marechaussee worden ongeschikt aan de Duitse politie die onder leiding van Rauter staat. Rauter is een Oosterijker en heeft weer twee bazen. Aan de ene kant rapporteert hij aan Arthur Seyss-Inquart, ook een Oosterijker, die namens de Nazi’s Nederland bestuurd. Aan de andere kant rapporteert hij rechtstreeks aan Heinrich Himmler, hoofd van de SS.
Tot de Duitse politie behoort een veiligheidsorgaan dat men met de beschrijving ‘politieke politie’ zou kunnen aanduiden. De Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst (Sipo & SD) die belast is met het inwinnen van inlichtingen en het verrichten van onder andere arrestaties. De scope van de Sicherheitspolizei is ‘Staatspolizei’ en ‘Kriminalpolizei’ (politieke en criminele recherche). De Sicherheitsdienst is primair bezig met het inwinnen van informatie en treedt eigenlijk niet op de voorgrond. In Nederland wordt uiteindelijke de Staatspolizei met SD aangeduid omdat deze vaak op inlichtingen van de werkelijke SD haar acties onderneemt.
Daarnaast zijn er bataljons Ordnungspolizei (Orpo) in kazernes voor grootschaligere acties zoals bijvoorbeeld razzia’s, transporten en later executies. Deze worden ook wel de Grüne Polizie genoemd vanwege hun uniform. Naast deze ‘politiediensten’ is er de Waffen-SS die ook aan Rauter rapporteren. De Waffen SS is de militaire tak van de SS. Naast bewaking van de concentratiekampen worden deze ook ingezet voor grootschalige acties net als de Orpo. Tot slot is er de reguliere Wehrmacht (Leger) die zich onder andere met de luchtverdediging bezighoudt.
Als 1941 in 1942 overgaat wordt de leiding van de marechaussee langzaam vervangen door NSB-ers. Grote regio’s bestaan in 1940 en 1941 nog volledig uit vaderlandsgezinde manschappen en officieren. Deze doen hun best om zo min mogelijk te voldoen aan de eisen van de Duitsers, maar wel de schijn hoog te houden dat ze meewerken. Dat wordt steeds moeilijker. Jodenvervolging, razzia’s, represailles, onteigening en willekeur. De Duitsers draaien langzaam de duimschroeven aan. Als in mei 1942 alle Nederlandse officieren van het oude Nederlandse leger zich moeten melden en in krijgsgevangenschap worden gezet, wordt het steeds moeilijker actief de Duitsers tegen te werken. Deze officieren vervullen een belangrijke rol in de leiding van politie en marechaussee. De gevangen genomen officieren worden vervangen door NSB-ers en andere Duitsgezinde lieden.
De gemiddelde marechaussee zit vast. Waar zij in eerste instantie nog alleen maar de straf krijgen naar een concentratiekamp te worden gestuurd als ze uit de dienst proberen te treden is het in 1943 al zo ver dat de familieleden van een politieagent of marechaussee naar de kampen wordt gestuurd als deze zou onderduiken. Dat dwingt hen bij de dienst te blijven. Deze laatste fase heeft Jaap niet meer meegemaakt.
Zoals hierboven beschreven is het overgrote deel van de actieve marechaussee in 1940/1941 ‘goed’. Ondanks dat een deel passief is en met de wind meewaait. Een significant deel sluit zich aan bij de eerdergenoemde O.D. (Orde Dienst met een duidelijke ‘rechtse’ inslag), maar ook in beperkte mate bij KP’s (Knokploegen met meer een christelijk profiel) of het RvV (Raad van Verzet met een meer links signatuur). In totaal zijn tijdens de oorlog 95 leden van de marechaussee gestorven voor het vuurpeloton of in een concentratiekamp voor acties tegen de Duitsers. Ze staan genoemd in het ‘Gulden boek’ van de marechaussee. Deze is te vinden en in te kijken bij elke marechaussee eenheid in Nederland. Hierin staan onder andere alle belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van het Wapen der Koninklijke Marechaussee. Ook staan hierin collega’s van de marechaussee die op zeer bijzondere wijze de eer van de marechaussee hebben hooggehouden. Om onduidelijke redenen staat Jaap Beekman hier niet in vermeld.
Foto links: Slagingsceremonie van nieuwe marechaussee eind 1940. Jaap Beekman staat als tweede van rechts. Foto rechts: Marechaussee in de sneeuw, winter 1940-1941. Jaap Beekman staat in het midden



